Eind september stond in Concertgebouw Brugge Multicast Rosas danst Rosas op de planken: een uitvergrote versie van het iconische werk waarmee Anne Teresa De Keersmaeker in 1983 internationaal doorbrak. Uniek omdat de choreografie dit keer gedanst werd door twintig dansers uit vijf generaties die het werk in de loop der jaren al brachten. Nina Godderis maakt sinds november 2025 deel uit van de vijfde generatie die het stuk instudeerde. Nog voor ze het stuk met haar generatie zelf op de planken bracht, besliste de compagnie om eerst deze Multicast te doen: alle generaties samen op scène. Als Soundcaster ging ik met Nina in gesprek over deze voorstelling, haar leven als danser, en wat beweging voor haar betekent.
‘Ik moest gewoon aansluiten bij wat al was’, zegt Nina over de Multicast en de allereerste keer dat ze het stuk voor publiek danste. ‘De bewegingen waren er al: al die vrouwen hadden ze al zo vaak gedanst dat mijn lichaam ze alleen nog moest overnemen.’ Nina had het stuk op dat moment al maandenlang gerepeteerd, maar nog nooit voor publiek gedanst, en mocht dat nu meteen doen geflankeerd door al die vrouwen die Rosas danst Rosas al talloze keren hadden gebracht. ‘We voelden echt dat we bij een generatie van vrouwen hoorden – zij waren onze band met het verleden, en tegelijk waren wij de toekomst. Het voelde als een soort stam.’ Toen de oudere dames van de Multicast weer vertrokken en Nina’s generatie alleen achterbleef voor hun eigen première, voelden deze danseressen toch niet als verdwenen aan. ‘Ze waren er nog steeds, ergens in ons geheugen, omdat we zo geïnspireerd waren door hoe zij het deden.’
Wat Nina is bijgebleven, is hoe fysiek die overdracht tussen generaties is. In de repetities wordt veel met woorden gewerkt door onder meer Anne Teresa De Keersmaeker zelf: ‘‘de rechterarm moet scherp zijn’, zegt ze dan. Dat is een concept. Maar als je een ander lichaam naast je die energie voelt geven, en die energie is aanstekelijk, dan voel je het door heel je lijf.’ Naast Anne Teresa dansen – de vrouw die het stuk zelf gemaakt heeft – voelt apart aan. ‘Dat voelt compleet anders, want de choreografie komt uit haar eigen lichaam. Je kan er zoveel over praten als je wil, maar het echte gevoel krijg je pas als je er samen met Anne Teresa De Keersmaeker op scène staat.’

Die nabijheid gaat verder dan alleen energie. Optreden naast deze vrouwen verandert ook hoe Nina naar de toekomst van haar eigen lichaam in dit beroep kijkt: ouder worden, blessures, de grenzen waar elke danser uiteindelijk tegenaan loopt. Nina zag dansers die gestopt waren en terugkwamen, die zwanger waren geweest, die geblesseerd waren geraakt en vervolgens weer waren opgestaan. ‘Ik zie zoveel veerkracht’, zegt ze. ‘Na zoveel jaar weten ze precies wat hun lichaam nog aankan en wat niet meer. Ze vinden manieren om ermee te blijven werken in plaats van ertegenin te gaan. Die intelligentie maakt hen op scène nog straffer, omdat ze zo met zichzelf in het reine zijn. Ook voor mijn eigen toekomst als danser vind ik dat iets om naar uit te kijken, niet om schrik van te hebben.’
Die vrijheid zit ook in het stuk zelf. Rosas danst Rosas is een werk van tellen en precisie, met een choreografie die tot op de seconde vastligt. Toen Nina het stuk aanleerde, voelde dat aanvankelijk stroef: elke arm, elke stap moest kloppen. Dat veranderde tijdens de Multicast, toen ze zag dat de oudere dansers exact dezelfde bewegingen deden, maar erin slaagden om er ook een stuk van zichzelf in te leggen. ‘Je moet de partituren volgen – en dat maakt het stuk sterk. Maar er is ook ruimte voor je eigen persoonlijkheid, binnen dat kader weliswaar.’
Voor Nina is het podium een soort sacrale plek is: alles wat je daar doet, weegt zwaarder door of krijgt meer betekenis. In Rosas danst Rosas zijn het net de dagelijkse – haast banale – handelingen die dat het scherpst tonen: door je haar strijken, gaan zitten, een fles oppakken. In het dagelijks leven duurt zo’n gebaar een enkele seconde; op scène worden die bewegingen anderhalf uur lang, seconde na seconde, herhaald. ‘Precies dat verschil in tijdsbestek maakt die reeks bewegingen voor mij tot dans: herkenbaar genoeg om je ermee te verbinden, en tegelijk laat het je anders kijken naar de dingen.’
Nina’s eerste voorstelling bij Rosas was meteen voor een nieuwe creatie, namelijk Exit Above in 2023. Vijf maanden lang repeteren, vijf dagen per week met dertien dansers, terwijl de muziek (door onder meer Meskerem Mees) naast de deur gecreëerd werd. ‘
Dansen was trouwens eerder een toevalstreffer voor Nina. ‘Ik deed judo, maar volgde op een bepaald moment een vriendinnetje naar de dansles. Niemand in mijn familie had iets met kunst; het waren mijn leraren die me stap voor stap vooruit hielpen en me de mogelijkheden toonden. Al hield ik wel als kind al van verkleedpartijtje en verzon ik voorstellingen voor mijn ouders. Ik denk dat dansen ook op diezelfde verbeeldingswereld een beroep doet. Je kan zijn wie je wil zijn. Je kan het vergelijken met een alter ego hebben.’
‘Ik denk dat ik dans omdat ik niet vast wil zitten. Ik wil in beweging blijven, ik wil door de lucht bewegen, met de wind mee. Ook in mijn ideeën en in hoe ik de wereld zie’, besluit Nina.
Rosas danst Rosas bestaat intussen ruim veertig jaar en is bijna vijfhonderd keer gedanst. Het stuk zelf verandert niet, de choreografie ligt vast. Maar de dansers veranderen wel, en zo is de output toch elke keer weer anders.
Multicast Rosas danst Rosas was op 29 en 30 september 2026 te zien in Concertgebouw Brugge, met twintig dansers uit vijf generaties.