Ga naar de hoofdcontent
Logo Concertgebouw Brugge
Logo Concertgebouw Brugge

Toelichting

 

Nieuwe dansers, dezelfde vragen

- Voor Cinq jours au soleil werkt Gat voor het eerst in bijna twintig jaar met een volledig nieuwe groep dansers. Uit meer dan 1.500 kandidaten selecteerde hij twaalf jonge performers. 
- Gat vergelijkt zijn aanpak met voetbal. De spelers kennen de regels: ze mogen de bal niet met hun handen aanraken en moeten binnen de lijnen blijven. Maar hoe de wedstrijd verloopt, hangt af van hun keuzes en reacties op elkaar. 
- Na de spelregels introduceert hij de muziek - voor deze voorstelling Mahlers Vijfde symfonie - en op de scène komt daar vervolgens het licht bij, dat Gat ook steeds zelf ontwerpt. 

Emanuel Gat choreografeert al meer dan dertig jaar. Voor zijn nieuwste creatie, Cinq jours au soleil, werkt hij voor het eerst in bijna twintig jaar met een volledig nieuwe groep dansers. Uit meer dan 1.500 kandidaten selecteerde hij twaalf jonge performers. Met zijn vorige dansers legde hij een lang artistiek parcours af: met de meesten werkte hij bijna twintig jaar samen. Zo’n vertrouwde samenwerking noemt Gat een privilege, maar hij vertelt ook hoe er na verloop van tijd gewoontes  en vaste patronen in het maakproces waren geslopen. Omdat die voorspelbaarheid haaks staat op wat hij met zijn choreografieën wil teweegbrengen, voelde hij de behoefte om bij nul te beginnen en het maakproces opnieuw open te breken.

De dansers zijn dan wel nieuw, de vragen die Gat bezighouden blijven dezelfde. In elke creatie onderzoekt Gat hoe mensen samenkomen, elkaar beïnvloeden en samen iets in beweging zetten. De studio en de scène zijn voor hem plaatsen waar hij experimenteert met tijd, ruimte en menselijke verhoudingen. Cinq jours au soleil zet dat onderzoek verder. Het werken met twaalf nieuwe dansers bevestigt voor Gat hoeveel er binnen dat onderzoek naar ‘menselijke systemen’ nog te ontdekken valt. ‘Ik heb het gevoel dat ik nu stilaan een aantal basisaspecten begin te begrijpen en vooral dat ik nog maar aan het begin van dit proces sta.’

'In elke creatie onderzoekt Gat hoe mensen samenkomen, elkaar beïnvloeden en samen iets in beweging zetten.'

 

Choreografie van de realiteit

Wat Gat eindeloos fascineert aan choreografie, is de ongefilterde echtheid ervan. Waar andere kunstvormen de werkelijkheid via media weergeven, bestaat choreografie volgens hem rechtstreeks op de ‘basislaag van de realiteit’. Een schilderij van een berg is niet de berg zelf. Een film toont een ruimte die voor de camera is geconstrueerd. In choreografie daarentegen dansen echte mensen in het hier en nu.

In ons digitale tijdperk, waarin informatie overvloedig is en we de wereld steeds meer via schermen ervaren, wint die fysieke praktijk volgens Gat alleen maar aan belang. Die rauwe menselijke aanwezigheid is voor hem de essentie van choreografie. Daarin vindt hij alles wat hij wil onderzoeken. Gat vertrekt in de repetitieruimte daarom nooit vanuit een verhaal of thema. Hij wil ontdekken wat zich tussen mensen afspeelt, zonder hun bewegingen vooraf een boodschap op te leggen.

Voetbal

Tijdens de repetities daagt Gat zijn dansers uit met concrete ruimtelijke problemen. De randvoorwaarden die daarbij horen, vormen het kader waarbinnen de dansers naar oplossingen zoeken. Die oplossingen hoeven niet efficiënt te zijn, maar wel helder en samenhangend. Of iets klopt, wordt volgens Gat snel voelbaar in de lichamen en zichtbaar in de ruimte. Door samen te zoeken en te interageren, ontwikkelen de dansers wat hij 'choreografische intelligentie' noemt: ze nemen zonder woorden gezamenlijke beslissingen, op een puur lichamelijk niveau.

'Door samen te zoeken en te interageren, ontwikkelen de dansers wat Gat 'choreografische intelligentie' noemt: ze nemen zonder woorden gezamenlijke beslissingen, op een puur lichamelijk niveau.'

Gat vergelijkt zijn aanpak met voetbal. De spelers kennen de regels: ze mogen de bal niet met hun handen aanraken en moeten binnen de lijnen blijven. Maar hoe de wedstrijd verloopt, hangt af van hun keuzes en reacties op elkaar. Zo werkt het ook in zijn choreografieën: de dansers kennen het kader, maar moeten daarbinnen telkens opnieuw beslissingen nemen. Ook tijdens de voorstelling, benadrukt Gat, gaat dat proces verder. Sommige delen hebben een vastere structuur of set van regels, andere ontstaan bijna volledig op het moment zelf. Geen twee voorstellingen zijn dezelfde. Gat neemt in dat proces de rol van coach op zich. Ook de beste spelers hebben iemand van buitenaf nodig die hen scherp houdt en het geheel richting geeft, duidt hij.

Een nieuw samenspel

Pas nadat Gat en de dansers in de repetitiestudio het bewegingsmateriaal en de spelregels per deel hebben ontwikkeld, introduceert hij de muziek van de voorstelling. Voor Cinq jours au soleil kiest hij opnieuw voor een klassiek stuk: Gustav Mahlers Vijfde symfonie. In de studio vormt de muziek als het ware een nieuw probleem: hoe verhoudt het bewegingsmateriaal zich tot Mahler? Samen spelen Gat en de dansers met die wisselwerking tussen dans en muziek, tot de bewegingssequenties hun plek vinden.

Op de scène komt daar vervolgens ook het licht bij. Gat ontwerpt het zelf, vanuit een doorlopend onderzoek dat parallel aan zijn choreografische praktijk loopt. Hij werkt met licht zoals een schilder met verf op doek. In relatie tot de muziek ontwikkelt hij voor het licht een eigen ritme en verloop.

'Gat wil dat de toeschouwer naar zijn voorstellingen kijkt zoals naar een zonsondergang - iedereen ervaart die anders.'


Zonsondergang

Gat wil dat de toeschouwer naar zijn voorstellingen kijkt zoals naar een zonsondergang. Tien mensen zien dezelfde zon zakken, maar iedereen ervaart het anders. Wat dat beeld oproept, hangt af van wie je bent, hoe je dag verliep en wat je morgen te wachten staat. De zonsondergang legt niemand een verhaal op maar kan ons diep raken. Zo wil Gat ook zijn choreografieën laten bestaan: als een ding op zichzelf, zoals de zee, een zonsondergang of de lucht. Gats werk vertelt geen verhaal over de werkelijkheid, maar bestaat er zelf in. Zodra er mensen op een podium staan, ontstaan er volgens hem vanzelf verhalen. Alleen schrijft hij ons niet voor dewelke.

Louise Raes