Ga naar de hoofdcontent
Logo Concertgebouw Brugge
Logo Concertgebouw Brugge

Is muzikaal talent erfelijk? Duik in het DNA van de familie Bach!

Is muzikaal talent erfelijk? Duik in het DNA van de familie Bach!

‘Johann Sebastian Bach is een telg van een geslacht dat de liefde en het talent voor muziek als een geschenk van de natuur lijkt meegekregen te hebben. Feit is in elk geval dat vanaf Veit Bach (ca.1550-1619), de stamvader van dit geslacht, alle nakomelingen een bijzondere aanleg voor muziek hadden. Allemaal, en we zitten intussen al aan de zevende generatie, hebben ze er hun beroep van gemaakt, enkele uitzonderingen niet te na gesproken.’

Met deze ontroerende woorden begon Carl Philipp Emanuel, de op één na oudste zoon van Johann Sebastian Bach, in 1754 de gedrukte necrologie van zijn vier jaar eerder overleden vader. Het was voor Carl Philipp blijkbaar belangrijk om meteen in de inleiding vast te stellen dat het ongelooflijke talent van zijn vader een lange familiegeschiedenis had. Want Bach, hoe groot en ongeëvenaard hij ook was, was niet uit de lucht komen vallen. Hij was veeleer een nieuwe tak aan een enorme boom van componisten en musici met de naam Bach. Het is dan ook geen toeval dat er al vroeg in de familie Bach een prachtig geïllustreerde stamboom circuleerde die precies dit uitdrukte.

En Carl Philipp was niet de enige die zijn afkomst met trots droeg. In 1698 solliciteerde een telg van de familie Bach naar het cantoraat in Gehren bij Arnstadt met de woorden: ‘Ik ben afkomstig uit de bekende muzikantenfamilie Bach’. Hij kreeg prompt de baan. In Erfurt, de grootste stad van Thüringen, waar vanaf het midden van de 17e eeuw bijna alle stadsmuzikanten en veel cantors en organisten ook de naam Bach droegen, gold deze naam zelfs als synoniem voor muzikant. Als er in de gemeenteraad werd onderhandeld over de invulling van een functie als stadsmuzikant, zei men: we hebben een nieuwe ‘Bach’ nodig.

In 1694/95 verloren Johann Sebastian Bach en zijn broers en zussen op amper tien maanden tijd hun beide ouders. De doodsloeg genadeloos toe in het gezin uit Arnstadt. Volgens een verzoekschrift van de kinderen Bach zou de graaf van Schwarzburg, die zelf op zoek was naar muzikanten, ongelovig hebben uitgeroepen bij het zien van al deze sterfgevallen dat hij weer een Bach zou moeten hebben, maar dat dat niet kon gebeuren, omdat de lieve God het muzikale geslacht Bach binnen enkele jaren had uitgeroeid.


De familie Bach beschouwde zichzelf dus al snel als een ‘geslacht’ dat door de natuur was begiftigd met een heel bijzonder muzikaal talent.

Waren het echt vooral de genen die de buitengewone – en misschien wel unieke – muzikaliteit van de Bachs verklaarde? Het staat vast dat ook het feit dat muziek maken als een ambacht werd beschouwd, bevorderlijk was voor de bijzondere familiegeschiedenis van de Bachs. In de vroegmoderne tijd werden deze ambachten georganiseerd in gilden en consequent van generatie op generatie doorgegeven. Specifiek voor Johann Sebastian Bach en zijn leerlingen geldt trouwens dat hij niet alleen een briljant virtuoos en componist was, maar blijkbaar ook een uitstekend pedagoog.

In ieder geval staat de lijst van Bachs leerlingen, afgezien van zijneigen zonen, vol met namen die later beroemd zijn geworden. Ook hier lette Bach heel nauwkeurig op wat hij beschouwde als ‘natuurlijke’ ofwel aangeboren talenten. Zijn zoon Carl Philipp Emanuel vertelde aan de Bachbiograaf Johann Nikolaus Forkel: ‘Wat betreft het bedenken van ideeën, eiste hij vanaf het begin dat men daar het vermogen toe had, en wie dat niet had, raadde hij aan om helemaal weg te blijven van het componeren. Met zijn kinderen en ook met andere leerlingen begon hij pas met de compositiestudie nadat hij eerder werk van hen had gezien, waaruit hij een genie ontdekte.’

In de vroegmoderne tijd werd een aangeboren talent bovendien vaak gezien als een gave van God, die verder ontwikkeld moest worden, en dat bracht dus de nodige verplichtingen met zich mee! Volgens Johann Abraham Birnbaum verwoordde Bach het als volgt:

‘Wat ik door ijver en oefening heb bereikt, moet ook iemand anders kunnen bereiken die maar half zoveel aanleg en talent heeft. [...] Alles is mogelijk als je het maar wilt en je je naarstig inspant om je natuurlijke talenten door onvermoeibare ijver om te zetten in vaardigheden!'

Wellicht is het inderdaad deze mix van sociale omstandigheden, daadwerkelijk genetisch bepaald talent en, in moderne termen, de wil om dit ook tot uiting te brengen en in de voetsporen van de voorouders te treden, die het fenomeen van de familie Bach en Johann Sebastian Bach verklaart. Want zoals de oprichter van de Neue Bachgesellschaft, Hermann Kretzschmar, zo treffend zei: ‘Reusachtige bomen groeien niet in het struikgewas!’

tekst : Michael Maul
Prof. dr. Michael Maul is senioronderzoeker aan het Bach Archiv Leipzig, Intendant van het Bachfest Leipzig, en auteur van diverse veelgeprezen Bach-boeken.

Op het programma

Tijdens de Bach Academie neemt Michael Mauls collega Christine Blanken je mee naar een grote reünie van die wonderlijke Bach-familie.

Ontdek het volledige programma van de Bach Academie

Pagina inhoud
Open inhoud
Deel dit nieuwsbericht