Ga naar de hoofdcontent
Logo Concertgebouw Brugge
Logo Concertgebouw Brugge

Is kamermuziek altijd intiemer?

Is kamermuziek altijd intiemer?
©Julie Calbert

Ons kamermuziekfestival Têtes-à-têtes mag in februari zowaar alweer zijn derde editie vieren. De Lantaarntoren wordt een maand lang een gezellige huiskamer waarin je je warmt aan 14 concerten en waar je nét niet op schoot zit bij de muzikanten. Onze artistiek coördinatoren (nieuwe) klassieke muziek en oude muziek Jan De Moor en Veerle Declerck tellen af naar een van hun favoriete momenten van het jaar en draaien meteen ook onze muziekthermostaat wat hoger. ‘Het zal een hete maand februari worden!’

 

In gesprek met programmatoren Jan De Moor en Veerle Declerck

 

Veerle, voor jou wordt het je eerste Têtes-à-têtes als programmator. Welke insteken kreeg jij mee qua ‘sfeerbeheer’ toen je het programma mee samenstelde?

Veerle: Mijn eerste keer inderdaad, maar eerdere edities leerden me dat het festival staat voor intimiteit, nabijheid, ontmoeting.

Jan: Dat ontmoeten zit ook in het contact tussen muzikanten en publiek. Bij de start van het concert leggen we de uitvoerder kort enkele vragen voor – dat geeft meteen een diepere connectie. En daarna volgt een kort concert in één deel en gelegenheid tot nakaarten in het pop-up café. En onze Kamermuziekzaal is natuurlijk de geknipte plek. Stel je voor: I Solisti brengt serenades, en jij zit op een van de vele balkonnetjes in de zaal – je waant je toch metéén de geliefde in een balkonscène?

Het lijkt wel jullie favoriete tijd van het jaar, en dan hebben we het nog niet eens over het fijne programma gehad. Traditiegetrouw tekenden jullie een aantal thematische lijnen uit in de veelheid aan concerten.

Veerle: De vier lijnen – liefdesverhalen, familiebanden, blind dates tussen componist en uitvoerder, en muzikale koppels – zijn prachtig ingebed in ons seizoensthema rond liefde en relaties. Liefde is er in zo veel kleuren en is van alle tijden; met de lijn van liefdesverhalen bieden we een staalkaart van soorten liefde, over vele eeuwen en culturen heen. Ensemble Apotropaïk verklankt hoofse poëzie – met wat angels! – uit de middeleeuwen. Het Spaanse ensemble Cantoría debuteert in het Concertgebouw met muziek die ons leidt naar verschillende Europese hoven uit de 15e-16e eeuw.

We reizen ook verder dan Europa, richting nieuwe klankenwerelden?

Veerle: Ja, we krijgen dankzij Constantinople & Ablaye Cissoko een ontmoeting tussen Perzische en Afrikaanse muziek, tussen setar en kora. En we trekken ook naar Armenië, met het Arsen Petrosyan Quartet. Zij verzamelden negen eeuwen muziek rond vele vormen van liefde. De hoofdrol is weggelegd voor de duduk, een rietblaasinstrument met een prachtige melancholische klank. Je droomt er zo de weidse Armeense landschappen bij.

Een tweede thematische lijn verdiept zich in muzikale familiebanden – ook helemaal jouw domein, Veerle.

Veerle: Klopt. Festivalopener Penta Quintet brengt muziek én brieven van Joseph Haydn en zijn minder bekende broer Michael. Die laatste bleef zijn hele leven hangen in Salzburg, waardoor zijn oeuvre van religieuze en kamermuziek minder weerklank kreeg. En als je het over familiebanden hebt, dan kan je niet om de familie Bach heen, met meer dan 100 componisten in haar rangen. Grootmeester Andreas Staier ademt al decennia en generaties lang Bach en laat de familie op het klavier tot leven komen.

Jan, jij haalde je innerlijke Ingeborg boven en koppelde componisten en uitvoerders in een derde themalijn van blind dates. Hoe spannend wordt dat?

Jan: Ik moet bekennen dat de dates niet helemaal blind zijn. De componisten kennen de stijl en de esthetiek van de uitvoerders uiteraard wel. We hebben ervoor gekozen om een nieuwe, jonge generatie componisten of iemand als Stefan Prins, die een band heeft met het Concertgebouw, kansen te geven door hen te koppelen aan uitvoerders met naam en faam. Murielle Lemay heeft afspraak met Trio Fenix. Bassist Florentin Ginot en componist Stefan Prins kennen elkaar en werkten al vaak samen. Violiste Raki Singh zal het werk van Ellen Jacobs eerst in Nederland en Bozar tonen en pas daarna bij ons – voor Ellen betekent dat belangrijke extra exposure. Uiteraard blijft het spannend: wat komt uit deze ontmoetingen, zal het klikken, op menselijk en muzikaal vlak?

Tot slot is er ook nog de categorie van muzikale koppels, die het podium én tafel en bed delen. De interviews vooraf beloven hier extra interessant te worden.

Veerle: Ja, nemen die koppels eventuele spanningen van thuis ook mee op scène? Komt er een onuitgesproken verzoening in muziek?

Jan: Of komen er net nog meer spanningen? Versnelt de ene, en kan de andere niet mee. Wordt het musiceren op het scherpst van de snee?

Veerle: Zouden we zulke vragen durven stellen, Jan.

Jan: Ik zou durven! Maar ik ben natuurlijk vooral benieuwd naar de speeldynamiek van twee mensen die elkaar zo goed kennen. Wie neemt de leiding – is dat Martin Helmchen of Marie-Elisabeth Hecker, Peter Van Heyghen of Kris Verhelst, Jolente De Maeyer of Nikolaas Kende? Zie je extra passie in het samenspel, is er een extra sprankel in de ogen?

'We betreden ook andere klankenwerelden dan we gewoon zijn. Het doet me veel plezier dat ons publiek daarvoor openstaat.’

We noemden onze Maker Reinoud Van Mechelen en zijn echtgenote Anna Besson nog niet. Zij stelden een uniek programma samen.

Veerle: Voor fluit en stem bestaat er heel weinig repertoire, dus brengen ze ook bewerkingen en solostukken, van barok tot folk. Dat is nieuw voor hen, maar past perfect in het Makerschap van Reinoud. Ze hebben heel weinig om zich achter te verbergen – geen 88 toetsen of veel lawaai, gewoon een fluit of een stem. Het wordt heel fragiel en intens.

Tot slot: wie van de artiesten zouden mogen aanschuiven voor een tête-à-tête met jullie?

Veerle: Ik heb een boon voor onze Maker Reinoud maar kijk ook heel erg uit naar Arsen Petrosyan. Hoe zal hij de vele lagen van het begrip ‘liefde’ in muziek omzetten, en hoe zal hij ons die laten voélen? Ik zou het er graag eens tijdens een etentje met hem over hebben.

Jan: Ik ga meteen gulzig zijn, en een trio noemen: Rakhi Singh, Florentin Ginot en Aisha Orazbayeva. Muzikanten die niet samen spelen, maar wél verbonden zijn in hun gave om oud en nieuw te verenigen. Of ze nu Bach, Marin Marais, Stefan Prins of Michael Gordon brengen: het voelt alsof dat één taal is voor hen. Laat je door hen leiden, ga met open armen naar hun concerten. Onze Maker Aisha schrijft haar eigen muziek maar ent die op oude muziek. Ze speelt viool en zingt, haar man Peiman Khosravi zorgt voor de beats, en Karel Burssens voor een lichtontwerp dat de setting extra bijzonder maakt. Het wordt bedwelmend, immersief – echt een van de concerten die er zal uitspringen.

'Rakhi Singh, Florentin Ginot en Aisha Orazbayeva verbinden moeiteloos oud en nieuw, en ze doen dat fantastisch.’ - Jan de Moor

Intieme concerten en meer

Deel dit nieuwsbericht