Ga naar de hoofdcontent
Logo Concertgebouw Brugge
Logo Concertgebouw Brugge

Interview met seizoensdenker Fleur Pierets

Interview met seizoensdenker Fleur Pierets
©Morgane Gielen

Mag alle(s) liefde zijn?

Een seizoen vol liefde hoeft geen blinde ode aan de liefde te zijn. Liefde – of datgene waarvan we geloven dat het liefde is – is soms ook ontluisterend of problematisch. Sommige liefde wordt niet gezien of niet erkend. Die ‘schaduwzijdes’ benoemen en belichten, is de opdracht die seizoensdenker Fleur Pierets tijdens seizoen 2025/26 opneemt. De schrijver, performancekunstenaar, spreker en LGBTQ+-activist breekt in woord en beeld een lans voor begrip en inclusie. We leggen haar bij de start van ‘haar’ seizoen enkele vragen voor.

De inleiding bij dit interview verklapt al wat voor een duizendpoot je bent. Wat zeg je als mensen je vragen naar je ‘job’?
Performer, auteur, activist, en tegenwoordig ook filmmaker want er zitten twee documentaires van mij in de pijplijn … Ik denk dat maker of kunstenaar als overkoepelende termen wel in de buurt komen. Een doorgeefluik, zo zie ik mezelf ook. Wat ik doe, start altijd van een idee, een verhaal, en pas in een tweede beweging ga ik verder nadenken over welke vorm dat idee moet krijgen. Een boek, een fotoserie, een film, een performance …: het medium vloeit voort uit het verhaal.

Vanuit het Concertgebouw geven we je er zowaar nog een extra ‘taak’ bij: die van seizoensdenker. Wat betekent die rol voor jou?
Ik vind dat eerst en vooral een gigantische eer: ik kom in het rijtje van inspirerende namen als Neske Beks, Dalilla Hermans, David Van Reybrouck … En ik zie ook een prachtige kans om zaken en mensen te gaan verbinden, en wel door bruggen te bouwen. Je hebt activisten die bruggen opblazen – en die zijn ook nodig – maar ik ben het soort activist die bruggen bouwt, die naar dit kunstenhuis kijkt en denkt: ‘hoe kan ik hier verbinden?’. Je kan wel ideeën uitdenken in je ivoren toren, maar dan blijven ze daar hangen. Het gaat er uiteindelijk altijd om je publiek uit te nodigen, de stad te betrekken, een community te maken. Mijn voorbereidingen voor het debat, de brief en de boekvoorstelling die hier op het programma staan, hebben me al veel plezier bezorgd. Ik ga voor de voorstelling van mijn nieuwste boek hier in Brugge trouwens een heel speciale speech schrijven die geënt is op mijn seizoensdenkerschap. Ik heb er heel veel zin in.

Een kunstenaar die een jaar lang mag thuiskomen in een kunstenhuis: dat lijkt een match made in heaven.
Ja, kunst is mij met de paplepel meegegeven. Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd. Kunst en muziek zijn voor mij eten en drinken. En mijn muzikale smakenpalet gaat dan ook echt wel heel breed. Van lazy surf vibes tot Maria Callas, van Bach tot de energiebom genaamd Dua Lipa. En leve de Belgen ook: Gregory Frateur van Dez Mona heeft een fantastische stem en Liesa van der Aa vind ik een onwaarschijnlijke componist en muzikant. Maar ook hier is het genre, de vorm weer ondergeschikt, de kern ligt elders. Als ik mij vragen stel bij wat er nu of vroeger gebeurt of gebeurde, dan denk ik dat het altijd slim is om naar de kunstenaars te kijken. Ze geven niet noodzakelijk de juiste antwoorden maar ze stellen wel de juiste vragen – ze vormen de kritische blik op de wereld waarin we leven. Het is een kwalijke zaak dat er op dit moment zo veel geld naar defensie gaat terwijl zulke bedragen ook naar cultuur zouden moeten gaan.

In een seizoen met liefde als rode draad wordt jou gevraagd om jouw unieke blik. Welk perspectief mogen we van jou verwachten?
Ik wil natuurlijk gaan voor het inclusieve perspectief. Ik ben zelf gay – ik hou van vrouwen dus – en krijg dat perspectief niet vaak te zien. Als er tegenwoordig al iets wordt getoond van gay liefde, dan is het meestal tussen mannen. Het lesbische thema wordt nog altijd wat op de achtergrond geschoven. Ik haal dat naar voor, vooral in mijn video-performance die het hele seizoen te zien zal zijn en waarin ik de 562 vragen opsom die mij als gay vrouw door de jaren heen zijn gesteld. Die blik vind ik heel belangrijk om mee te geven maar het gaat natuurlijk veel breder dan dat. Mijn werk cirkelt altijd rond de kernvragen ‘hoe kan je zoveel mensen rond de tafel krijgen?’ en ‘hoe kan je zo weinig mogelijk mensen uitsluiten?’

Inclusie en verbinding – het zouden evidenties moeten zijn, maar ze zijn het niet.
Dirk De Wachter zei ooit dat verbinding een van de grootste uitdagingen wordt voor de toekomst. Hij heeft gelijk. Wij zijn allemaal zo extreem individualistisch, zo hard bezig met navelstaren dat we op de één of andere manier het groter geheel uit het oog aan het verliezen zijn. Ik zie het daar wel echt als een van mijn missies – om het even activistisch uit te drukken – om zowel de kracht als de noodzaak van verbinding en bruggen bouwen over te brengen. Die noodzakelijkheid ga ik dit seizoen dus volop uitdragen.

Meer weten over onze seizoensdenker?

Deel dit nieuwsbericht