Ga naar de hoofdcontent Pijl naar rechts icon
Zet bij uitverkochte voorstellingen je naam op de wachtlijst, de kans is groot dat er plaats vrijkomt! alle ticket- en bestelinformatie
menu
menu

Terug naar de Concertzaal

13 maart staat in ieders geheugen gegrift: de dag dat de lockdown begon, en de (culturele) wereld moest stoppen met draaien. Jeroen Vanacker (artistiek directeur) en Katrien Van Eeckhoutte (algemeen directeur) vertellen ons vanop anderhalve meter, zowat de breedte van een pianoklavier, over stilstaan en vooruitgaan in tijden van crisis.

Half maart zouden we kunnen omschrijven als een aardbeving, hoe herinner je je de start van de coronacrisis?
Katrien: De Johannespassie stond op het programma. Collegium Vocale Gent had hier net vier dagen in huis gerepeteerd. Maart is meestal een heel druk moment in ons seizoen en dan duikt dat virus op en dat gijzelt ons, wereldwijd, ongezien. Het schip moest echt stilgelegd worden. En helaas hebben we dan ook een aantal collega’s tijdelijk werkloos moeten maken.

Jeroen: We zijn van het ene op het andere moment onder een stolp geplaatst: stilte, geen contact, erg bijzonder. We hebben kennis gemaakt met de term ‘voortschrijdend inzicht’. We begonnen te verplaatsen, aanvankelijk nog op korte termijn. Voorstellingen gingen van maart naar juni. Dat bleek achteraf beschouwd naïef, maar niemand wist het. Iedereen dacht ‘we gaan hier eventjes in lockdown en komen daar snel weer samen uit’. Maar niets is minder waar gebleken. Er kwamen bijkomende maatregelen, we gingen verder annuleren, oplossingen zoeken en verplaatsen wat mogelijk was.

Verplaatsen lijkt al een praktisch huzarenstukje, maar inhoudelijk moet de puzzel ook nog kloppen natuurlijk?
Jeroen: Sommige projecten hebben we inderdaad twee jaar vooruitgeschoven om die reden. Ik denk maar aan GOLD, een polyfoniefestival dat we helemaal thematisch hebben opgebouwd. Muzikanten hebben echt onderzoek gedaan om hun programma passend bij dit festival op te stellen. Dan is het een opluchting dat zij dit twee jaar later toch zullen kunnen presenteren. 

Het was een periode van stilstand, maar achter de schermen is er niet stilgezeten?
Jeroen: In de aanloop van de lockdown hebben we samen met Daan Vandewalle nog snel 46 pianostukjes opgenomen in de Kamermuziekzaal allemaal op één dag. Zo konden we tijdens de lockdown 46 dagen lang, elke dag een filmpje online zetten onder de naam Caress. Dat was toch voor veel mensen een dagelijks lichtpuntje. We zijn dan ook heel blij dat we er nu ook live nog een vervolg aan kunnen breien. In september opent Daan het seizoen met een gelijknamig pianoconcert, in samenwerking met illustratrice Gerda Dendooven, die zelf tijdens de lockdown ook erg actief
was met tekeningen die inspeelden op de situatie. Verder hebben we tijdens de lockdown ook enkele liveopnames uit de Concertzaal gestreamd en we hielden onze volgers wakker met digitale cultuurtips.

Uiteraard heeft de coronacrisis ook financiële gevolgen?
Katrien: We moesten niet enkel over de artistieke invulling nadenken, maar ook algemeen heel wat herdenken, ons gaan reorganiseren, en de financiële gevolgen van die stilstand proberen te beperken. Al jaren vechten we voor veel eigen inkomsten via ticketverkoop, sponsoring en verhuur van de zaal. En laat het nu net die kunstenorganisaties zijn die hierin slaagden, die het zwaarst getroffen worden. We doen een beroep op de tijdelijke corona-steunmaatregelen, helpen business & event-klanten met het herinplannen, bedenken creatieve alternatieve returns voor partners, ondersteunen de zwaar getroffen artiesten, we versterken elkaar waar mogelijk.

Jeroen: Je merkt dat er wel meteen sprake is van heel menselijke reacties, veel begrip. Ook ons publiek is heel ruimhartig ingegaan op de vraag om hun tickets niet te laten terugbetalen. Zo konden we rekenen op een opbouw van een solidariteitsfonds waarmee we de getroffen artiesten en cultuurwerkers ondersteunen. Ik denk ook dat een gevolg van deze crisis is dat we nog meer op zoek gaan naar samenwerking. Je voelt dat we met vereende krachten proberen om zaken te realiseren in moeilijke omstandigheden. Dat kan een radiofestival zijn als Klara on tour met klassiekemuziekpartners uit Vlaanderen of een lokaal initiatief als uitZOMERlijk met Brugse collega’s. Dat laatste plan om sinds lang weer erg actief te zijn in de zomer met vijf concerten in openlucht werd echter helaas gedwarsboomd door nieuwe maatregelen voor het coronavirus. Maar beide projecten hebben potentieel voor de toekomst.

Katrien: Dat is me ook het meest bijgebleven: die veerkracht, een positieve blik en een constructieve samenwerking in tijden van onzekerheid. Het is plannen en herplannen, werken in een context die constant wisselt. Maar kunst heeft een bijzondere kracht, het gemis van de live beleving werd een drijfveer om snel op zoek te gaan naar een uitweg.

En die uitweg kwam er: de deuren gingen open?
Katrien: Ja, sinds begin mei zie ik echt een nieuwe wending in de crisis, die van de geleidelijke heropstart. Nog voor er concreet perspectief was op die heropstart, hebben we als Concertgebouw meegeschreven aan het toeristisch relanceplan. Daarnaast hebben we actief geparticipeerd om op sectorniveau overtuigende preventieplannen uit te denken om als kunstenhuizen zo snel mogelijk weer veilig de deuren te kunnen openen. En dat is gelukt: in juni hadden we hier opnames en repetities zonder publiek, sinds 1 juli is het Concertgebouw Circuit open en serveert het Concertgebouwcafé opnieuw een heerlijke kaart. Op 1 augustus was er het openingsconcert van het MA Festival en vanaf september presenteren we weer livemuziek in onze zalen en ontvangen we met veel enthousiasme onze klanten Business & Events. Weliswaar gebeurt dat allemaal met een resem verplichte maatregelen, een aangepast zaalplan, nieuwe formats, herziene publieksstromen, registratie van bezoekers, flexibele personeelsplanning, gewijzigde ticketformules …

Hebben al die aanpassingen een invloed op de ticketprijs?
Katrien: We hebben beslist om de ticketprijzen niet te laten stijgen. We hebben wel ons aanbod volledig moeten herdenken. Waar we als Concertgebouw voorheen heel veel voorverkoop van tickets hadden, spelen we nu kort op de bal. We verkopen onze tickets in blokken van een aantal maanden om zo goed mogelijk op de actuele situatie te kunnen inspelen. Zo start in augustus de ticketverkoop voor september en oktober, de eerste twee maanden van het nieuwe seizoen. We werken voor deze eerste verkoopsperiode aan voorstellingen zonder rangen omwille van de beperkingen in capaciteit en schrappen tijdelijk ook vaste en keuzeabonnementen.

Dat seizoen zal er wellicht niet uitzien zoals je het had gedroomd?
Jeroen: We hebben er allereerst voor gekozen om ons seizoen zoals het geconcipieerd is toch te lanceren in mei. Het was op een andere manier dan gewoonlijk, maar we wilden dat verhaal wel vertellen. Niet alleen omdat we er lang aan hebben voorbereid, maar ook omdat het relevant is. Het is een seizoen voor de natuur, een ode aan de biodiversiteit. En dat is dan ook bijzonder actueel. Mensen hebben in de lockdownperiode heel vaak de natuur rondom hen herontdekt, wilden naar buiten. En tegelijkertijd is de pandemie ook voor een stuk ontstaan omdat de mens te veel op het terrein van de natuur is gekomen. Dat raakt aan die ecologische crisis waar we het komende seizoen zo veel over willen vertellen. We zijn er goed in geslaagd om veel van het programma te kunnen behouden. Er zijn natuurlijk projecten die zonder aanpassingen al coronaproof zijn, zoals een natuurwandeling met artistieke interventies. Ook het prestigieuze project met de integrale uitvoering van Beethovens strijkkwartetten door Quatuor Ebène zal kunnen doorgaan. 

Maar een topstuk met 100 muzikanten op de scène, dat gaan we niet zien?
Jeroen: Nee, dat is niet mogelijk. Maar dan komen er creatieve oplossingen bovendrijven. Er staat een Topstukweek op het programma gewijd aan Mahlers Derde, een symfonie die helemaal over de natuur gaat. We hebben Brussels Philharmonic wel uitgenodigd om ander werk van Mahler te brengen en het topstuk zelf wordt in een arrangement door een duo van pianisten gebracht: Jan Michiels en Inge Spinette. Een andere oplossing vonden we bij huisartiest ECCE. Etienne en Claire vormen samen een gezinsbubbel en hebben beslist om hun originele creatieplan uit te stellen en een nieuwe voorstelling te maken waarin ze zelf als duo dansen en zich thematisch laten inspireren door de crisis.

Moeten we ons voorbereiden op een andere concertbeleving in het Concertgebouw?
Katrien: Uiteraard moeten we ons aan de opgelegde afstandsregels en maximale capaciteit houden. Daardoor hebben we het aantal tickets per voorstelling fors moeten terugschroeven. Sommige voorstellingen laten we doorgaan met publiek én artiesten op het podium van de Concertzaal, waardoor we de intieme sfeer van een concert behouden.

Jeroen: Daar draait het uiteindelijk wel om. We gaan wat verder van elkaar zitten, maar die beleving moet zo maximaal mogelijk zijn. Ik heb er ontzettend veel zin in. Ik vind vooral dat in deze periode van schaarste je opnieuw geconfronteerd wordt met wat je echt mist. Dat is voor mij, maar ook voor veel andere mensen die muziek, die voorstellingen. En ik denk dat de bijzonderheid bij die eerste klanken zo te voelen zal zijn, dat dit zal zinderen doorheen de zaal.

— Lore Feryn

 

Deel dit nieuwsbericht