Ga naar de hoofdcontent Pijl naar rechts icon
COVID-19. De ticketverkoop van ons nieuwe seizoen stellen we voorlopig uit. We kijken uit naar een veilige heropstart. meer info
menu
menu

Symfonie nr. 26 (Lamentatione) — Haydn

Symfonie nr. 26 (Lamentatione) — Haydn
Er zijn nog zekerheden in deze onzekere tijden: onze 'huismusicoloog' Ignace Bossuyt blijft aan boord! Tijdens deze culturele lockdown is hij tweemaal per week (op dinsdag en vrijdag) onze ervaren kapitein op de zeven zeeën der musicologie. Hij vaart zijn neus achterna van de baai van Sibelius over de onpeilbare diepten van renaissance en barok naar de zee-engten van klassiek, romantiek en verder. Hij noteert zijn avonturen in een logboek op deze website en stuurt je op kompas naar bijhorende filmfragmenten. Met een klik en een scroll word jij van een landrot meteen een ervaren scheepsmakker! 

Joseph Haydn (1732-1809) — Symfonie nr. 26 (Lamentatione)

Van Haydns 104 genummerde symfonieën behoorden tot enkele decennia geleden vooral de laatste twaalf (nrs. 93-104), de zogenaamde Londense, tot het vaste repertoire. Intussen hebben velen gelukkig ook de vroegere symfonieën ontdekt, een ware schatkamer van onterecht lange tijd verborgen parels. Het grootste deel daarvan componeerde Haydn tijdens de vier decennia dat hij verbonden was aan het prestigieuze hof van de Hongaarse prinsen Esterházy, in Eisenstadt en in de zomer in hun tweede residentie Esterháza (1761-1790).

Haydns Symfonie nr. 26, bekend als Lamentatione, dateert van omstreeks 1768. Zij was wellicht bedoeld voor een liturgische dienst tijdens de Goede week. Uitvoeringen van instrumentale werken, of delen ervan, in de kerk waren toen niet ongebruikelijk. Het is een van Haydns eerste symfonieën waarin de dramatische expressie sterk toeneemt en zelfs centraal staat, in functie van de specifieke context: Christus’ passie. De bezetting is voor de eerder bescheiden bezetting van strijkers, twee hobo’s, twee hoorns en fagot.

Haydn citeert in dit werk twee gregoriaanse melodieën die tijdens de dagen voor Pasen werden gezongen, in het eerste, snelle deel (Allegro assai con spirito) en in het tweede langzame deel (Adagio). Het derde deel is een klassiek menuet, maar zonder de luchtigheid eigen aan die dans. Er is geen vierde deel als finale,  in de meeste latere symfonieën wel.

En nu eens bekijken en beluisteren

Ik ga dieper in op deze symfonie aan de hand van een uitvoering door het Kammerorchester Basel o.l.v. Giovanni Antonini.

  1. De inzet van de symfonie bepaalt dadelijk de donkere sfeer: zo wordt het maatgevoel vanaf de eerste maat verstoord door syncopen (eerst een korte noot en dan lange, de muziek ‘hinkt’ en is onrustig). Van een mooi afgeronde frase of een lyrische melodie is nergens sprake. De eerste hobo en de tweede viool citeren een gregoriaanse zang, die in Oostenrijk in gebruik was voor het passieverhaal (0:44). De eerste viool begeleidt met heftige figuren.

  2. Het tweede, langzame deel (5:00-13:20) is een briljant staaltje van introverte schoonheid. De eerste hobo draagt samen met de tweede viool de gregoriaanse reciteerformule voor die in de Goede Week wordt gezongen op de teksten van de Klaagzangen of Lamentaties van de profeet Jeremias, die symbolisch refereren aan het lijden van Christus. De violen omkransen dit rustig en rustgevend lamento met prachtige, woordenloos-commentariërende overpeinzingen. Het mooiste moment komt wanneer in het tweede onderdeel de hoorns zich bij de hobo’s voegen ter versterking van de gregoriaanse melodie, maar steeds piano (9:47). Deze muzikale meditatie van meer dan acht minuten is een van de heerlijkste bladzijden uit Haydns oeuvre.

  3. Het menuet (13:30-17:30) is iets lichter van toon, maar toch doordrongen van dramatische accenten, zoals de maatverstorende forte-akkoorden op de derde tel (15:25, 15:32 …), die gewoonlijk niet geaccentueerd wordt. Het eindigt ook niet in een climax of krachtig op een forte, maar eerder onverwacht en op een zachte toon.

Er schijnt in deze symfonie wel even licht in de duisternis, dat vooruitblikt naar Pasen. De kleine tertstoonaard (re klein), toen nog zeldzaam in een symfonie, bloeit op het einde van het eerste deel (3:49) even open naar de grote terts (re groot), maar toch domineert doorheen het hele werk het drama van passie, klacht en verdriet.

Met deze symfonie zette Haydn een belangrijke stap in de dramatisering en de expressieve verdieping van de puur instrumentale muziek, een evolutie die enkele decennia later tot een hoogtepunt zou leiden in het symfonische oeuvre van Ludwig van Beethoven.

In beeld


Albert Christoph Dies (schilder en biograaf van Haydn), Het Esterházy-paleis in Eisenstadt


De concertzaal (Haydnsaal) in Eisenstadt


Het zomerpaleis Esterháza


Deel 1 — Inzet van de gregoriaanse melodie (chorale) in de eerste hobo’s en de tweede viool (0:44)


Inzet van het tweede deel, met de gregoriaanse Lamentatie-melodie in de eerste hobo en de tweede viool

Meer muzikale meesterwerken

Deel dit nieuwsbericht

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

  •  *