Ga naar de hoofdcontent
Logo Concertgebouw Brugge
Logo Concertgebouw Brugge

Toelichting

Dans op het menu

À la carte is de eerste voorstelling waarmee de Dresden Frankfurt Dance Company zich onder de nieuwe artistiek leider Ioannis Mandafounis presenteerde aan het publiek – en een ontmoeting mag je deze keer vrij letterlijk nemen. Het doorbreken van de vierde wand staat centraal: met verschillende rekwisieten, muziekinstrumenten en een methode die ter plekke choreograferen toelaat, creëert Mandafounis een ongedwongen dialoog tussen danser en toeschouwer.

DFDC: van Forsythe naar Mandafounis

De wortels van de Dresden Frankfurt Dance Company gaan terug tot het Ballett Frankfurt, dat William Forsythe twee decennia lang leidde. Toen hij zijn werk radicaal vernieuwde en zich steeds verder verwijderde van de klassieke balletconventies, besloot de stad Frankfurt de subsidies in 2004 stop te zetten. Forsythe richtte daarna zelf een nieuwe structuur op: The Forsythe Company, gesteund door een coalitie van de steden Frankfurt en Dresden en de deelstaten Hessen en Saksen. Toen Jacopo Godani, ex-danser bij Forsythe in 2015 de artistieke leiding overnam, kreeg het gezelschap zijn huidige naam: Dresden Frankfurt Dance Company. Sinds 2023 staat Ioannis Mandafounis, die vroeger zelf als danser deel uitmaakte van The Forsythe Company, nu aan het hoofd van het gezelschap. Daarmee is de cirkel enigszins rond want net zoals William Forsythe onderzoekt ook Mandafounis de rol van improvisatie in dans.

Mandafounis draagt het artistieke gedachtegoed van Forsythe met zich mee: ‘Mijn werk is deels geïnspireerd door de vragen die we destijds stelden tijdens het creatieve proces met Forsythe. Die vragen leven vandaag nog altijd in mij voort.’ Wat hij daar ook oppikte: de overtuiging dat choreografie geen eenrichtingsverkeer is. ‘The Forsythe Company was een plek waar de choreograaf niet de enige auteur was, maar waar ideeën en choreografische praktijken collectief onderzocht werden. Het was een broedplaats die tot op vandaag levend blijft.’

Tegenwoordig werkt het gezelschap voornamelijk met de live choreografiemethode van Mandafounis, waarbij alle bewegingen op scène geïmproviseerd zijn. De persoonlijkheden van de dansers, hun gewoonten en de sporen van hun uiteenlopende choreografische achtergronden zijn daardoor volop zichtbaar op scène. Zo ontvouwt zich een proces dat nog lang niet uitgedanst is: ‘deze bijzondere manier van werken vraagt een grote mate van verbondenheid en vertrouwen. Naarmate het ensemble samen groeit, wordt steeds meer mogelijk. Dit proces is verre van af en zal zich blijven ontwikkelen’, vertelt Mandafounis.

Live choreografie: het podium als laboratorium

De live choreografiemethode vindt haar oorsprong in Mandafounis’ studie bij de Japanse budo-meester Akira Hino – een praktijk in de krijgskunst die hem leerde om te reageren op wat zich op het moment aandient. Die logica paste hij toe op dans: de tools die hij ontwikkelde stellen dansers niet alleen in staat om ter plekke beweging te genereren, maar ook om op het moment zelf de dramaturgie van een voorstelling te laten ontstaan uit de situatie, niet uit een vooraf geschreven plan. Die aanpak klinkt niet vreemd voor wie Forsythe kent: ook hij bouwde complexe systemen op basis van improvisatie en realtime beslissingen.

Voor Mandafounis ontspringt elke beweging, elke intentie uit de ziel van de danser.

Het podium is voor Mandafounis een verlengstuk van het dagelijkse. Zijn methode vertrekt niet vanuit technische prestatie, maar vanuit de diepste expressie van de danser. Voor Mandafounis ontspringt elke beweging, elke intentie uit de ziel van de danser. Alleen zo kan een beweging in haar zuiverste vorm tot leven komen en werkelijk iets betekenen voor een publiek.

Deze filosofie begint al voor de voorstelling, in de repetitieruimte. Voor Mandafounis is een repetitie even belangrijk als, of zelfs belangrijker dan een voorstelling. Want daar trainen ze op wat er ook op het podium gevraagd wordt: het loslaten van het ego zonder de eigen persoonlijkheid te verliezen, en het denken als collectief, in het nu.

Voor het publiek wekken we de indruk van een gechoreografeerd stuk, terwijl we eigenlijk niet altijd weten wat ons te wachten staat als we het podium betreden.

Die benadering vraagt ook een bijzondere verhouding tussen choreograaf, danser en publiek. Mandafounis: ‘De persoonlijkheden van de dansers zijn alles voor mij – ik baseer mijn choreografie én mijn ideeën op hen, en pas soms zelfs mijn methodologie aan hen aan. We staan in dialoog: zij stellen iets voor aan mij, en ik aan hen. Voor het publiek wekken we de indruk van een gechoreografeerd stuk, terwijl we eigenlijk niet altijd weten wat ons te wachten staat als we het podium betreden.’ Voor de dansers zelf vraagt À la carte een volledige overgave. Danseres Solène Schnüriger vertelt: ‘het proces was intens, maar ook heel mooi. De methode draait om ontmoetingen, relaties, en zo leer je je mededansers op een bijzondere manier kennen, en je hart te openen voor anderen.’ Danser Thomas Bradley vult aan dat de voorstelling een natuurlijk verlengstuk is van de repetitie: in de studio trainen de dansers om open te staan voor elkaars invloeden, en in À la carte komt daar het publiek bij, dat de energie op de vloer mee voedt.

Louise Raes