Ga naar de hoofdcontent
Logo Concertgebouw Brugge
Logo Concertgebouw Brugge

Toelichting

 

Unieke mixtape van de Machaut tot Ierse folk

  • De uitdaging voor Reinoud en Anna: kan je met twee muzikanten een programma opbouwen, zonder begeleiding van piano of klavecimbel?
  • Dit programma is als een klanklaboratorium: ze experimenteren met reeds bestaand repertoire en zetten dat naar hun eigen hand.
  • Muziek van de middeleeuwen tot vandaag; alles vloeit in elkaar over.

Voor Têtes-à-Têtes kregen Reinoud van Mechelen en Anna Besson een aanlokkelijk voorstel: hoe kan je een muzikaal programma samenstellen voor twee monofone klanklichamen — stem en fluit — zonder harmonische begeleiding van piano of klavecimbel?

Specifiek repertoire voor deze bezetting is schaars. Ciel, aer et vens uit Deux poèmes de Ronsard, opus 26 van Albert Roussel is een uitzondering. Daarom gaan Reinoud en Anna aan de slag met bestaand materiaal dat zij naar hun eigen hand zetten. Têtes-à-têtes fungeert als een laboratorium waarin verbanden worden gelegd tussen muziek uit verschillende tijden en genres: van de middeleeuwen tot vandaag, van solomuziek tot cantates, van klassiek repertoire tot volksmuziek. De klankkleuren van de verschillende types fluiten zijn in dit programma duidelijk te horen; van de barokke houten traverso, tot moderne zilveren fluit of altfluit.

'Specifiek repertoire voor deze bezetting is schaars. Daarom gaan Reinoud en Anna aan de slag met bestaand materiaal dat zij naar hun eigen hand zetten.'


Liederen uit de middeleeuwen en renaissance

Het gregoriaans is een eenstemmig muziekgenre dat een eeuwenlange traditie kent. Over de eeuwen heen werden er duizenden melodieën gecomponeerd. Rorate caeli is een adventszang die de komst van de Messias aankondigt. 

Guillaume de Machaut is een van de protagonisten van de middeleeuwse muziek. Zijn muziek geldt als standaard van de Ars Nova, de nieuwe stijl van polyfonie. In de ballade Riches d’amour beperkt de 14e-eeuwse componist het aantal stemmen tot twee. Met een minimum aan middelen vertelt hij een krachtig muzikaal verhaal. In de renaissance besteden componisten meer aandacht aan tekstexpressie. Guillaume Costeley ontwikkelde zijn ‘musique mesurée à l’antique’, waarin het muzikale ritme nauw aansluit bij de declamatie van de tekst. Een beklemtoonde lettergreep krijgt in de melodielijn ook langere notenwaarden, korte lettergrepen krijgen korte notenwaarden. Mignonne allon voir si la roze baadt in een melancholie over de vergankelijkheid van schoonheid. Een gelijkaardige melancholie klinkt in Flow my tears van John Dowland, een van zijn meest bekende weemoedige ‘lute songs’.


Vertrouwd terrein: Franse barok

De Franse barok is voor Van Mechelen een vertrouwd terrein. Tabescere me fecit, een ‘petit motet’ van François Couperin (ca. 1703), verklankt een intense godsvrucht. De twee stemmen kronkelen om elkaar heen in een expressief contrapunt. Vijftig jaar later componeerde Rameau zijn opera Les Boréades, die hij helaas nooit heeft kunnen uitvoeren. Je vole amour is een aria van het personage Abaris, een sleutelfiguur in de opera. De minnaar, held en halve god ontwricht zich in de aria van het vierde bedrijf uit zijn menselijke beperkingen, in de hoop zijn geliefde Alphise voor zich te winnen.

Feuillages verts, naissez bezingt de schoonheid van de ontluikende lente. Het lied van Marc-Antoine Charpentier is een zijn dertig overgeleverde ‘air sérieux et à boire’. Deze liederen met serieus of luchtig karakter werden destijds gezongen in de kamers van de Franse adel en burgerij. De Franse fluitist Jacques-Martin Hotteterre bewerkte het lied voor traverso en gaf het uit in zijn Airs et Brunettes A Deux et Trois Dessus (s.d.). Ook de Franse uitgever Ballard publiceerde Feuillages verts in zijn bundel Brunettes ou petits airs tendres (1704), weliswaar zonder de naam van componist te vermelden. Omstreeks 1700 waren brunettes populaire liederen met een sentimentele inslag. Ze bezongen de liefde voor een jonge vrouw met bruin haar, of vertelden over het leven op het platteland en de zielenroerselen van herders en herderinnetjes. Plaignez-vous ma Muzette en Il était un Espagnol zijn liederen met een volkse toon die velen konden meezingen.

'Omstreeks 1700 waren brunettes populaire liederen met een sentimentele inslag. Ze bezongen de liefde voor een jonge vrouw met bruin haar, of vertelden over het leven op het platteland en de zielenroerselen van herders en herderinnetjes.'


Pastorale romantiek

Het pastorale element duikt opnieuw op in de 19e en 20e eeuw. William Blake dicht in zijn Songs of Innocence and of Experience over de onschuld van kinderen en de beschermende kracht van de natuur. Ralph Vaughan Williams zette Blakes poëzie in 1957 op muziek in een bezetting voor tenor en hobo. The Salley Gardens, in een versie van John Corigliano, is oorspronkelijk geschreven voor stem en fluit.


Solorepertoire voor fluit

Johann Sebastian Bach componeerde zijn Partita in A, BWV1013 wellicht toen hij in Köthen werkte (1717-1723). In het compositorisch meesterwerkje schrijft Bach in de eenstemmige muzikale lijn een verborgen polyfonie. Een gelijkaardige techniek horen we in de Sarabande van Johann Joachim Quantz, een van de meest virtuoze fluitisten uit de 18e eeuw. In 1752 publiceerde hij Versuch einer Anweisung die Flöte traversiere zu spielen, een belangrijk  leerboek voor de speeltechniek van de traverso. Bij de heropleving van de barokmuziek in de 20e eeuw, was het een essentiële gids voor muzikanten om het oude repertoire opnieuw te interpreteren. 

Ook in de 20e eeuw werd solorepertoire voor de fluit gecomponeerd. In 1913 schreef Claude Debussy Syrinx voor de fluitist Louis Fleury. De titel verwijst naar de legende van de god Pan die verliefd wordt op de nimf Syrinx. Hij achtervolgt haar, maar zij beantwoordt zijn avances niet. Syrinx verandert zichzelf tot een rietstengel en verstopt zich in het moeras. Pan snijdt het riet echter om zijn fluit en op te maken, en doodt aldus zijn geliefde.

Reinoud en Anna eindigen met een aria uit Bachs vroege cantate Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir, BWV131. De stem zingt de melodie, terwijl de fluit de instrumentale begeleiding en de harmonische structuur interpreteert.

Frederic Delmotte


LUISTERTIP

Hoor je bij de Partita van Bach één- of meerstemmige muziek? Je hoort één fluit, maar Bach bouwt de muzikale lijn zo intelligent op, dat hij de illusie van polyfonie creëert. Zijn alle tonen even belangrijk? Of zijn er tonen die een harmonisch patroon uittekenen, waarboven andere tonen meer een melodie vormen?
#deeplistening