Ga naar de hoofdcontent
Logo Concertgebouw Brugge
Logo Concertgebouw Brugge

Toelichting

 

Een nieuwe eeuw, een nieuwe stijl:
instrumentale muziek in de Italiaanse barok anno 1600

  • De instrumentale muziek van de vroege barok ontspringt uit drie belangrijke bronnen: vocale muziek, dans en improvisatie.
  • Giulio Caccini’s beroemde canzonetta Amarilli mia bella was niet enkel één van de meest geliefde composities van zijn tijd, maar ook een van de beroemdste modellen voor instrumentale composities voor de volgende generatie.
  • Instrumentale genres als ricercar, toccata, romanesca en prelude ontstonden vanuit improvisatie; de sonate is het oudste instrumentale genre dat meteen als geplande ‘compositie’ ontstaat.

Rond 1600 ruimde de Italiaanse renaissance ook in de muziek plaats voor de barok. Componisten zetten alle mogelijke technieken en stijlen in ten dienste van maximale zeggingskracht en ook uitvoerders droegen hun steentje bij tot virtuositeit en expressie. Het gevolg was een reeks genres die samen zouden leiden tot een cruciale nieuwe ontwikkeling: het ontstaan van autonome instrumentale muziek.


Vocaal naar instrumentaal: intabulatie en diminutie

De instrumentale muziek van de vroege barok ontspringt uit drie belangrijke bronnen: vocale muziek, dans en improvisatie. De traditie van het uitvoeren van vocaal repertoire met of door instrumenten bestond uiteraard al eerder. In de late middeleeuwen en de renaissance was het ondersteunen van vocale uitvoeringen met instrumenten immers heel gewoon; afhankelijk van de sociale en functionele context en de beschikbare middelen en musici werden instrumenten soms toegevoegd aan een vocale bezetting. In andere situaties werd het repertoire volledig instrumentaal – en dus tekstloos – uitgevoerd. Deze versies worden vaak ‘intabulaties’ genoemd, naar de notatievorm (tablatuurnotatie) voor klavier- of tokkelinstrumenten.

Een gelijkaardige aanpak vinden we na de eeuwwisseling, met dat verschil dat na 1600 het toevoegen van versieringen steeds gangbaarder wordt: de langere noten uit de vocale muziek werden steeds vaker ingevuld door virtuoze passages in korte notenwaarden, ‘diminuties’ genoemd; in het Italiaans heten deze passaggi. Het oudste voorbeeld in het programma zijn Giovanni Bassano’s diminuties op een madrigaal van Andrea Gabrieli, Caro dolce ben mio, gepubliceerd in de bundel Motetti, Madrigali, et Canzoni Francese diminuiti, verschenen in Venetië in 1591. De titel van Bassano’s bundel maakt meteen duidelijk waar componisten in de laatste decennia van de 16e eeuw hun bewerkingen op baseerden: religieuze en wereldlijke polyfonie. In de volgende eeuw bleven dergelijke diminuties geliefd. We horen bewerkingen van Palestrina’s motet Pulchra es door Francesco Rognoni Taeggio (1620). Een van de beroemdste modellen voor diminuties was Giulio Caccini’s beroemde canzonetta Amarilli mia bella. Op het programma staan diminuties van Peter Philips en van Jakob Van Eyck, die beroemd werd met zijn bundel Der Fluyten Lust-Hof.

'De langere noten uit de vocale muziek werden steeds vaker ingevuld door virtuoze passages in korte notenwaarden, ‘diminuties’ of 'passagi' genoemd.'


De populariteit van intabulaties en diminuties zette componisten er ook toe aan om rechtstreeks instrumentale muziek te componeren in de stijl van ‘instrumentale chansons’. Verwijzend naar de vocale oorsprong van het genre, werden deze canzone (enkelvoud canzona) genoemd. We horen een voorbeeld van Girolamo Frescobaldi, zijn Canzona seconda detta la Bernardinia (1628).


Vocaal naar instrumentaal: dans

De tweede bron voor de instrumentale muziek is de dans. Dat dansvormen en -melodieën op dezelfde manier werden ‘verwerkt’ als vocale muziek uit de tijd, blijkt al uit de titel van Giovanni Picchi’s bundel uit 1621: Intavolatura di Balli d'Arpicordo (Intabulaties van dansen voor het klavecimbel). We horen zijn Pass'e mezzo Antico di sei Parti. Een passamezzo is een dansvorm met een typerend baspatroon, ‘antico’ betekent in deze context dat het in een mineurmodus staat. Andere voorbeelden die op dans en vocale muziek zijn gestoeld, zijn de diminuties op een danslied van Giovanni Giacomo Gastoldi, Questa bella sirena, van de hand van Marco Uccellini en Jakob Van Eyck (gepubliceerd in 1645 en 1646).


Origineel instrumentaal: van improvisatie tot sonate

De derde stroom bestaat uit genres ontstaan uit instrumentale improvisatie, zoals het ricercar, de toccata en ostinato-genres zoals de romanesca. ‘Ricercare’ betekent zoveel als ‘zoeken, verkennen’; het is de muzikale tegenhanger van het literaire essay, waarin componisten een modus, een ritmische of melodische formule of een contrapuntische combinatie verkenden. Het oudste werk op het programma is opnieuw van de hand van Giovanni Bassano: zijn Ricercata terza verscheen in 1585 in Venetië in een bundel Ricercate, Passaggi et Cadentie.

Vanuit de orgelpraktijk ontstonden intonaties en preludes, die voorafgingen aan een vocale uitvoering; we horen Tarquinio Merula’s Intonazione Crommatica. Het virtuoze bespelen (Italiaans toccare) van het klavier stond dan weer centraal in de toccata. Tot slot werd ook geïmproviseerd op een steeds herhaalde formule in de baspartij, de zogenaamde ostinate bas. De romanesca is een voorbeeld van een dergelijke ostinatovorm; op het programma vinden we een bekend voorbeeld van Biagio Marini, een van de oervaders van de sonate.

'Met de sonate ontstaat in de eerste decennia van de 17e eeuw een genre dat als geen ander zijn stempel zou drukken op de muziek van de volgende eeuwen.'

Met de sonate (Italiaans sonata) ontstaat in de eerste decennia van de 17e eeuw een genre dat als geen ander zijn stempel zou drukken op de muziek van de volgende eeuwen. De werken van Dario Castello (1629) en Giovanni Battista Fontana (1641) vormen frisse voorbeelden van de vroegste stadia in het genre. De volgende generatie componisten, met name in de figuur van Arcangelo Corelli, geboren in 1653, zou de sonate tot het paradepaardje maken van instrumentale virtuositeit, zeggingskracht en autonomie – volledig los van de menselijke stem.


Pieter Mannaerts

LUISTERTIP
Lang-kort-kort: geen morsecode, wel het typerende openingsritme van heel wat ricercars, canzone en vroege sonates. Luister bijvoorbeeld naar de eerste noten van Frescobaldi’s Canzone detta la Bernardinia, Cesare’s La Foccarina en de sonate van Giovanni Battista Fontana.
#deeplistening