Toelichting
Adembenemende serenades voor blazers
- 100 jaar later, aan het einde van de 19e eeuw, volgt Antonín Dvořák Mozarts voorbeeld met zijn prachtige Serenade in d.
- Verwacht een kleurrijke combinatie van lage strijkers, hout- en koperblazers, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld meer homogeen klinkende strijkkwartetten.
Van een leuke bijkomstigheid tijdens adellijke tuinfeesten in de 18e eeuw tot een hoofdact in de concertzaal: na Wolfgang Amadeus Mozart zou Harmoniemusik méér dan louter amusante muziek voor blazers blijken te zijn. Zijn Serenade in Bes, die door een onbekende de ondertitel ‘Gran Partita’ kreeg, is een showcase voor hoe groots blazersmuziek kan klinken. Vraag dat maar aan Antonín Dvořák, wiens Serenade in d wellicht niet zou hebben bestaan zonder Mozarts voorbeeld.
Een genre nieuw leven inblazen
Wanneer in de film Amadeus Mozarts zogezegde rivaal Antonio Salieri de partituur van de 'Gran Partita' onder ogen krijgt, is hij verbijsterd over de diepzinnigheid ervan. Salieri vergelijkt de openingsmaten van de Serenade met de stem van God, en hij heeft de grootste moeite om te geloven dat een onbehouwen sujet als zijn concullega in staat is om zulke muziek neer te schrijven. Fictie, jazeker, maar met dit vijftig minuten durende stuk Harmoniemusik voor een dertienkoppig ensemble in plaats van de gebruikelijke zes of acht, verhief Mozart het genre wel degelijk tot kunstmuziek. Net zoals Haydn het strijkkwartet opwaardeerde tot een gerespecteerde kamermuziek en Beethoven met zijn ‘Eroica’ de symfonie een nieuw tijdperk binnen loodste door de vorm op te rekken qua duurtijd, bezetting en zeggingskracht, zo verzekerde Mozart de serenade van een leven na het 18e-eeuwse opluisteren van banketten en feesten aan hoven van koningen of edellieden.
'Mozart verzekerde de serenade van een leven na het 18e-eeuwse opluisteren van banketten en feesten aan hoven van koningen of edellieden.'
Klarinetkwartet
In die zevendelige structuur van de Serenade wisselt Mozart de ernst van de langzame introductie, het 'Adagio' en de 'Romance' af met twee luchtige menuetten en een variatiereeks om met een pittig 'Rondo' af te sluiten. Met twee hobo’s, twee klarinetten, twee bassethoorns, twee fagotten, vier hoorns en een contrabas gunde Mozart zichzelf een zee van mogelijkheden wat klankkleuren betreft, die hij door de delen heel tentoonspreidt. Met name Mozarts geliefde bassethoorns — laag klinkende klarinetten — geven de Serenade een bijzondere kleur en plaatsen deze compositie in het korte lijstje van werken die gebruikmaken van deze in onbruik geraakte klarinetsoort, onder andere met zijn Maurerische Trauermusik. Luister vooral naar het trio in het eerste menuet, waarin Mozart ons laat genieten van de warme, verzadigde tonen van het klarinetkwartet. Bij gebrek aan een blaasinstrument dat een flexibele baspartij aankon — de contrafagot stond nog in de kinderschoenen — ondersteunt een contrabas de blazers, als ietwat vreemde eend in de bijt. De dwarsfluit is dan weer de opvallende afwezige in deze Serenade, maar liefhebbers van het instrument kunnen terecht bij het tweede deel van Mozarts Fluitkwartet nr.3 dat teruggrijpt naar het zesde deel van deze 'Gran Partita'.
Naar Mozarts voorbeeld
Bijna honderd jaar later luisterde de Tsjechische componist Antonín Dvořák naar Mozarts Serenade in Bes tijdens een concert van de Wiener Philharmoniker. Geïnspireerd keerde hij terug naar Praag waar hij in veertien dagen tijd zijn eigen Serenade in d componeerde en nadien zelf de première dirigeerde. Het vierdelige werk voor twee hobo’s, twee klarinetten, twee fagotten, een contrafagot, een cello en een contrabas klinkt als het perfecte huwelijk tussen het doordachte classicisme en de spontaniteit van Tsjechische volksmuziek. Zo werd het een ideale dankbetuiging aan de Berlijnse muziekjournalist Louis Ehlert, die Dvořáks populaire Slavische dansen de hemel in prees en de componist zo voet aan de grond hielp krijgen in de Duitse muziekwereld. Johannes Brahms, die eveneens een cruciale rol speelde in de carrière van Dvořák, sprak vol lof over deze serenade.
'Dvořáks Serenade in d klinkt als het perfecte huwelijk tussen het doordachte classicisme en de spontaniteit van Tsjechische volksmuziek.'
De Dvořák-formule
Meteen bij de openingsmars van zijn Serenade herinnert Dvořák ons aan zijn feilloos gevoel voor melodievoering, gestut door een gul bezette baslijn die de helderheid van de hobo’s heerlijk omarmt. Net als Mozart gaat Dvořák verder met een menuet, weliswaar gekruid met typisch Tsjechische ritmiek die tijdens het snellere trio de stabiele driekwartsmaat af en toe doorprikt. Met het begin van het 'Andante con moto' eert Dvořák dan weer zijn inspiratiebron: de vriendelijk kabbelende begeleiding waarover een lyrisch thema gedrapeerd wordt doet denken aan Mozarts 'Adagio' van zijn Serenade in Bes. De finale, tot slot, is een opwindende aaneenschakeling van energieke thema’s waarmee Dvořák lijkt terug te grijpen naar zijn succes met de Slavische dansen. Met een knipoog naar het marsthema en virtuoos hoorngeschal sluit hij een werk af dat tot op vandaag bekendstaat als een mijlpaal in het blazersrepertoire en een meesterlijke synthese van technisch vernuft en folkloristische rijkdom.
Stijn Paredis
Geef je ogen de kost en ontdek de communicatie tussen de musici die noodzakelijk is om een ensemble van maar liefst 13 musici perfect samen te laten klinken, zonder de hulp van een dirigent.
#deeplistening