Ga naar de hoofdcontent
Logo Concertgebouw Brugge
Logo Concertgebouw Brugge

In gesprek met team participatie

In gesprek met team participatie
©Sightways

Het Concertgebouw is uiteraard een gerenommeerde plek om muziek en dans te beleven. Maar wist je dat afgelopen seizoen ruim 3600 personen deelnamen aan een rondleiding, workshop of andere activiteit? En dat meer dan 10.000 leerlingen met de klas naar het Concertgebouw kwamen? Wij voelden ons vierkoppige team participatie – Evi Huys (coördinator participatie), Li Li Chong (outreach medewerker), Wieske Snauwaert (communicatie participatie) en Nermina Krvavac (medewerker participatie) – aan de tand over onze participatieve werking!

Het Concertgebouw staat in de eerste plaats bekend om zijn concerten en dansvoorstellingen. Waarom is participatie daarnaast zo’n belangrijke pijler?

Evi: Participatie biedt extra handvaten om mensen te bereiken die niet vanzelf de weg vinden naar ons aanbod. Dat gaat om mensen die zich niet bezighouden met klassieke muziek of hedendaagse dans en die ook niet spontaan op zoek gaan naar wat er in het Concertgebouw te beleven valt. Via participatie kunnen we op een andere manier aansluiten bij hun interesses. Soms gebeurt dat interactief, soms vanuit een behoefte aan sociale verbinding. Vaak blijkt die sociale dimensie trouwens minstens even belangrijk als de artistieke ervaring zelf.

Li Li, jij bent als outreach medewerker de persoon die de hand reikt naar al deze mensen. Dat was een nieuwe functie binnen Concertgebouw Brugge, hoe pakte je dat aan?

Li Li: In november is het vier jaar geleden dat ik hier begon. Aanvankelijk heb ik vooral contact gezocht met mensen uit de buurt. Sommigen wonen hier op wandelafstand, maar waren nog nooit binnen geweest in het Concertgebouw. Sommigen wisten zelfs niet waar de ingang precies is. Daarna ben ik organisaties gaan opzoeken die werken met verschillende kwetsbare groepen in Brugge. Maar je merkt snel dat mensen niet zomaar informatie delen als ze je nog niet kennen. Daarom ging ik zelf naar opendeurdagen, netwerkmomenten, koffiemomenten … Ik ben veel naar buiten geweest en dat doe ik nog steeds.

Welke inzichten hebben die gesprekken al opgeleverd?

Li Li: Ik ontvang onze deelnemers persoonlijk, leg hen uit wat ze mogen verwachten en doe dat in toegankelijke taal. Achteraf praten we samen over de ervaring. Daarbij gaat het meestal minder over de inhoud van de voorstelling en meer over hoe mensen het geheel beleefd hebben.
Evi: Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben. Wanneer deelnemers terugblikken op een project of een voorstelling, gaat het zelden eerst over wat ze op het podium hebben gezien. Ze vertellen vooral dat ze zich welkom voelden. Dat er iemand was die hen ontving. Dat ze wisten bij wie ze terecht konden. Dat ze gesprekken hebben gevoerd met andere deelnemers. De verbinding met andere mensen blijkt vaak belangrijker dan wat er op scène gebeurde.

Wat heeft participatie jullie als organisatie geleerd?

Evi: Dat je voortdurend moet nadenken over wat mensen zelf willen. Niet alleen over wat wij hopen dat een project oplevert. Een concreet voorbeeld is een opleiding die onze onthaalmedewerkers onlangs kregen om zelf te ervaren hoe het is om het Concertgebouw binnen te komen als blinde, slechthorende of rolstoelgebruiker. Dat zorgt voor een heel andere kijk op onthaal en toegankelijkheid.
Li Li: Recent werkten we met een groep dove en slechthorende mensen. Dat is een gemeenschap die niet zo makkelijk te bereiken is. Tijdens een rondleiding met een Vlaamse gebarentolk werd voor mij pas echt duidelijk hoeveel ervaringen zij missen door hun auditieve beperking. Ik merkte tijdens mijn uitleg dat ik vanzelf verwees naar een QR-code waarmee je naar extra uitleg kon luisteren. Pas toen besefte ik plots dat dat voor hen helemaal anders werkt. Zulke inzichten krijg je alleen door echt met mensen in gesprek te gaan.

Waarom is participatie ook maatschappelijk belangrijk voor een kunstenhuis?

Evi: Omdat het helpt om maatschappelijk relevant te blijven. Kunst stelt vragen en daagt uit, maar participatie zorgt ervoor dat we ook echt verbonden blijven met wat er leeft in de samenleving. Het voorkomt dat je een ivoren toren wordt.

Participatie vraagt wellicht ook een andere vorm van communicatie dan de promotie van reguliere concerten. Hoe kijken jullie daar naar?

Wieske: Je kunt niet elke doelgroep op dezelfde manier aanspreken. Wat werkt voor een klassiek concertpubliek werkt niet noodzakelijk voor andere groepen. Mensen die de taal minder goed beheersen of een andere achtergrond hebben, hebben vaak weinig aan lange, bloemrijke teksten. Dat blijft voor ons een oefening: hoe communiceren we helder en gericht naar verschillende groepen?
Evi: Sleutelfiguren spelen ook een cruciale rol. Dankzij contacten binnen sociale organisaties hebben we rechtstreekse lijnen naar bepaalde gemeenschappen. Je kunt dit werk niet alleen doen; je hebt partners nodig om een participatieve werking uit te bouwen.

Ligt de focus vooral op Brugge of reiken jullie verder?

Li Li: We kijken zeker ook buiten Brugge. Voor sommige projecten is Brugge praktischer, maar deelnemers komen ook van elders in West-Vlaanderen en zelfs uit Oost-Vlaanderen. Wat ook mooi is: mensen keren terug. Eerst nemen ze deel aan een participatieproject, later bezoeken ze ook andere voorstellingen. Zo vinden ze via participatie de weg naar de reguliere werking.
Nermina: Zeker op vlak van educatie merken we de voorbije jaren een duidelijke evolutie in ons publieksbereik. Naast onze trouwe bezoekers en scholen uit Brugge en Ommeland bereiken we ook vaker nieuwe scholen uit Oost- Vlaanderen en zelfs verder. Mond-tot- mondreclame speelt daarin een belangrijke rol. Leerkrachten delen hun ervaringen met collega’s, waardoor nieuwe scholen de weg naar ons vinden. We zien dat als een teken van vertrouwen in onze werking. Daarnaast zetten we sterk in op een open en duurzame relatie met scholen en leerkrachten.

Na zoveel jaren kan ik me voorstellen dat de projecten die onder de noemer participatie vallen, ook geëvolueerd zijn. Misschien ook uitdagender qua productie?

Nermina: Absoluut. Waar vroeger de focus misschien meer lag op het aanbieden van een activiteit, vertrekken we vandaag veel bewuster vanuit de beleving van het kind of de jongere. Dat begint al vóór het bezoek, met duidelijke communicatie en goede afspraken met leerkrachten, zodat de verwachtingen helder zijn. Onze projecten worden ook steeds meer op maat gemaakt. Voor jongere kinderen werken we speels, actief en ervaringsgericht. Naarmate leerlingen ouder worden, kunnen we dieper ingaan op de muzikale en technische aspecten, zonder daarbij het inspirerende karakter uit het oog te verliezen. We willen klassieke muziek toegankelijk maken en jongeren de kans geven om hun nieuwsgierigheid, creativiteit en misschien zelfs hun eigen talenten te ontdekken. Je weet nooit welke impact zo’n eerste ontmoeting met kunst en muziek op lange termijn kan hebben.

‘Het project is laagdrempelig, maar tegelijk nemen we jongeren serieus.’

Een van jullie langst lopende projecten met scholen is Acoustic Power. Waarom blijft dat project zo belangrijk?

Wieske: Acoustic Power richt zich op jongeren tussen ongeveer zestien en achttien jaar. Voor veel van hen is klassieke muziek geen vanzelfsprekend onderdeel van hun leefwereld. Het project is laagdrempelig, maar tegelijk nemen we jongeren serieus. We schotelen hen geen vereenvoudigde muziek voor, maar een programma met echte uitdagingen, waaronder ook hedendaagse muziek. Zo ontdekken ze dat klassieke muziek veel breder is dan de stereotypes die ze soms kennen. Het traject start in de klas, met workshops waarin jongeren kennismaken met de muziek. Daarna gaan ze creatief aan de slag via een do-it-yourself-opdracht waarbij ze een filmpje maken op basis van de muziek. De beste inzendingen worden tijdens het concert vertoond.
Evi: Omdat het concept zo sterk blijkt te werken, breiden we het vanaf volgend seizoen trouwens uit in samenwerking met Bozar en het Belgian National Orchestra.
Wieske: Een groot symfonisch orkest met zo’n zeventig muzikanten maakt natuurlijk indruk. Dat versterkt de ervaring voor jongeren nog meer.
Li Li: Bij veel gemeenschappen merk ik dat de term ‘klassieke muziek’ op zich al een afstand schept. Daarom zoeken we bewust naar herkenningspunten, bijvoorbeeld via wereldmuziek of concerten waarin verschillende culturele invloeden samenkomen. We denken ook goed na over welke voorstelling geschikt is voor een eerste kennismaking. Niet alles is even toegankelijk. Sommige voorstellingen kunnen mensen juist afschrikken als ze te lang of te abstract zijn.

Herkenning lijkt me een belangrijke factor te zijn.

Li Li: Zeker. En dat gaat niet alleen over muziek, maar ook over de mensen die je ziet. Wanneer jongeren een zaal binnenkomen die uitsluitend gevuld lijkt met oudere mensen, kunnen ze het gevoel krijgen dat ze daar niet thuishoren.
Wieske: Ook binnen onze hospitality-ploeg is de afgelopen jaren bewust ingezet op diversiteit en vooral verjonging, om dat gevoel van herkenbaarheid en representatie te versterken.

Waar willen jullie de komende jaren naartoe met participatie?

Evi: Een grote uitdaging is duurzaamheid. Vandaag werken we vaak met tijdelijke projecten: een groep deelnemers komt enkele maanden samen, er ontstaat een mooie band en daarna valt het stil. We zoeken manieren om die relaties langer vast te houden. We denken na over een aanbod dat regelmatig plaatsvindt en waarvoor mensen kunnen blijven terugkomen. Dat kan een zanggroep zijn, een workshopreeks of iets anders. Wat er precies gebeurt is minder belangrijk dan het samenbrengen van mensen. Het gaat uiteindelijk over het creëren van een plek waar mensen niet alleen kunst beleven, maar zich ook echt verbonden voelen.

Klaas Coulembier

Deel dit nieuwsbericht