Hij is al twintig jaar vaste gast bij ons, mag Concertgebouw-architect Paul Robbrecht tot zijn vrienden rekenen en herinnert zich elk van zijn vorige passages. ‘Brugge is de vijfde of zesde mooiste plek in Europa’, vertelt pianist Alexander Melnikov ons doodeerlijk, maar charmant. Hij zakt op 21 september andermaal af naar ons terracotta kunstenhuis om zich samen met het London Philharmonic Orchestra uit te leven in de pianoconcerti van zowel Robert als Clara Schumann.
We kunnen je passages bij Concertgebouw Brugge nog net op twee handen tellen, kan dat kloppen?
Oh, waarschijnlijk, ik ben een oude man. (lacht) Ik herinner me ze allemaal, maar welke de eerste was, weet ik niet meer. Misschien de solosonates van Bartók? Ik speelde er al vaak met Isabelle Faust, solo en met verschillende orkesten, waaronder ook eens met Philippe Herreweghe. Zowel in de grote zaal als in de Kamermuziekzaal. Vele keren dus!
Je staat nog maar voor de tweede maal aan de zijde van het London Philharmonic Orchestra en dirigent Natalia Ponomarchuk. Het moet spannend zijn telkens je voor het eerst je visie deelt met zo’n grote groep muzikanten?
Het is eigenlijk nooit mijn doel om mijn visie te delen. Vaak probeer ik me aan te passen en te zien wat er al aanwezig is. Ik haat het woord ‘solist’ en mensen zeggen wel eens dat ik me niet gedraag als een solist, alsof het iets negatiefs is. Ik hou namelijk van een specifieke aanpak op maat van het ensemble en het werk, en pas mijn filosofie niet simpelweg op alles toe. In Clara Schumanns Pianoconcerto in a staat de piano inderdaad in de schijnwerpers, maar bij Robert is de solopartij verweven met het orkest. Eigenlijk is het een symfonie met een obligato piano.
‘Ik denk dat Clara Schumanns Pianoconcerto nog niet zijn ultieme uitvoering heeft gehad.'
Je speelt jaarlijks met tientallen ensembles en orkesten, dus je moet je vaak flexibel opstellen. Hoe waak jij over jouw eigen persoonlijkheid?
Ik weet niet zeker of ik een eigen persoonlijkheid wil hebben. Ik denk vooral na over mijn interactie met het stuk en de componist. Mijn identiteit op het podium is op een manier gelinkt aan wat Clara en Robert hebben gedaan. Ik probeer over te brengen wat zij hebben gecreëerd – misschien ten onrechte. Het gaat helemaal niet om mij. Het laatste waar ik me zorgen over maak, is een identiteitscrisis, want ik wil geen identiteit hebben als uitvoerder. Ik denk zelfs niet dat er een zou moeten zijn.
Wat vertellen de concerto’s dan over de persoonlijkheden van Clara en Robert?
Het concerto van Clara is een jeugdwerk – ze was dertien toen ze eraan begon. Het is erg virtuoos en ongelooflijk bekwaam geschreven. Anderzijds zit er veel van Robert Schumann in. Hij was erbij en hielp bij de orkestratie. Ze waren verliefd. Dat is kraakhelder. Het idee van liefde is alomtegenwoordig in het tweede deel dankzij het duet tussen piano en cello. En in het Pianoconcerto in a van Robert lezen we hetzelfde verhaal. Ik heb jaren geleden het manuscript onderzocht in Düsseldorf en je kan zien dat sommige dingen door Clara zijn geschreven. Muzikaal gezien zou ik zeggen dat zij aanweziger is in zijn concerto dan andersom. Ik geniet hoe dan ook van hun aanwezigheid in beide concerti. Ze waren zonder twijfel het ongelooflijkste muzikale koppel van de 19e eeuw.
Zijn er ook gelijkenissen in beide werken, want ze schelen slechts tien jaar? Of zie je vooral verschillen?
Robert Schumann is toch nog andere koek. Toen hij het Pianoconcerto componeerde, was hij al een meester in zijn vak. Hij zei zelf dat hij een ander soort concerto wilde schrijven, zonder virtuoos als middelpunt. Het is een onsterfelijk meesterwerk. Ik heb het in mijn leven al heel vaak gespeeld – misschien wel vaker dan welk ander stuk dan ook. Natuurlijk is mijn uitvoering door de jaren heen veranderd; je hebt een bepaald idee van het werk en dat ontwikkelt zich. Misschien doe ik niet wat het merendeel van het publiek verwacht. Of misschien klinkt de manier waarop ik het nu speel een beetje vreemd voor de gemiddelde concertbezoeker, maar zo is het
nu eenmaal. Soms is een stuk zodanig kwalitatief dat je, wat je ook doet, niet dichter bij het niveau van de muziek komt. Andere momenten kan je als uitvoerder de muziek een handje helpen. Zoals bij Clara. Misschien is dat het verschil tussen beide concerti.
Ik voel dat je anders tegenover het concerto van Clara Schumann staat?
Als ik echt eerlijk ben – en dat ben ik graag in interviews – vind ik het erg moeilijk. Er zit nog wat angst in mijn relatie met haar concerto. Ook omdat ik Robert Schumann al 2 miljard jaar speel en Clara pas voor de tweede keer. Ik denk bovendien dat er nog veel potentieel is. Ik zou zelfs durven zeggen dat het zijn ultieme uitvoering nog niet heeft gehad.
Tot slot, jouw recitalpartner Isabelle Faust speelt hier kort na jou op 4 oktober. Wat maakt haar zo’n bijzondere violiste en muzikante?
Dat ik al jarenlang met haar musiceer, is wellicht het grootste geluk dat ik in mijn leven gekregen heb. Ik heb al veel uitzonderlijke muzikanten gezien, maar het moment dat ik haar voor het eerst hoorde in 1998, wist ik dat ze something else was. Dat gevoel is sindsdien alleen maar vermenigvuldigd.
Guillaume De Grieve
za 20 sep 2025
London Philharmonic Orchestra & Dmytro Udovychenko
Sibelius, Berg, Neyrinck & Lyatoshinsky
info & tickets
zo 21 sep 2025
London Philharmonic Orchestra & Alexander Melnikov
Schumann & Mendelssohn
info & tickets
za 04 okt 2025
Les Siècles & Isabelle Faust Berlioz. Symphonie fantastique
info & tickets