De Goldbergvariaties, BWV988 / Anne Teresa De Keersmaeker & Pavel Kolesnikov
14 jan 2026 / 20.00
Het verleden de toekomst in werpen
In het afgelopen decennium ging choreografe Anne Teresa De Keersmaeker zich steeds vaker en intensiever bezig houden met het werk van Johann Sebastian Bach. De componist is al meer dan 40 jaar een belangrijke muzikale compagnon de route, maar ze achtte zichzelf lange tijd niet rijp en ervaren genoeg om de diepte en complexiteit van zijn oeuvre choreografisch recht te doen. Samen met de jonge Russische pianist Pavel Kolesnikov waagde ze zich in 2020 aan een ander meesterwerk van Bach: de Goldbergvariaties, een muzikaal bouwwerk dat vanuit enkele eenvoudige bouwstenen een fascinerend en veelkleurig universum opbouwt.
In het lange overzicht van De Keersmaekers bijna 45-jarige carrière als choreograaf staan maar weinig solo’s. Met Violin phase, onderdeel van haar debuut Fase, leerde ze zichzelf choreograferen, en die rol bleef ze tot twee jaar geleden altijd zelf dansen. Twintig jaar na haar debuut nam ze in Once opnieuw de maat van zichzelf als choreograaf én als danser. Na Keeping Still part 1, waarin ze haar bezorgdheid rond ecologie voor het eerst in haar werk scherp stelde, is er nu De Goldbergvariaties, BWV 988. Gecreëerd rond haar 60e verjaardag is dit opnieuw een hoogst persoonlijk markeringspunt, waarin ze put uit haar choreografisch archief en de toekomst in blikt. Deze solo is een nieuw visitekaartje waarmee ze de komende jaren de wereld in wilde trekken.
'Deze choreografie is een zoektocht naar mijn eigen dansen en bewegen van de voorbije veertig jaar.’
De Keersmaeker begon aan de solo te werken terwijl ze in New York bezig was aan de choreografie voor de musical West Side Story. In de gehuurde studio kon ze niet vertrekken van een van de geometrisch vloerpatronen die de subtekst vormen van zo vele van haar choreografieën, en ze moest op zoek naar andere bronnen voor beweging en structuur. Haar choreografie-assistente Diane Madden, die bijna 40 jaar samenwerkte met Trisha Brown, daagde haar uit om meer vanuit improvisatie te werken en op zoek te gaan naar lichtheid en speelsheid. De uiteindelijke choreografie is zoals altijd een vastgelegde schriftuur, maar valt op door zijn veelkleurigheid en frisheid, alsof het allemaal ter plekke wordt bedacht en uitgevoerd. Kort nadat ze weer in Brussel was neergestreken brak de coronacrisis los, waardoor De Keersmaeker een tijdlang moederziel alleen in een kleine studio op het platteland moest werken, terwijl de podiumkunstenwereld bruusk tot stilstand kwam en alle communicatie via digitale kanalen verliep - twee dingen die ingaan tegen alles waar dans volgens De Keersmaeker voor staat. Pavel Kolesnikov kon pas heel kort voor de avant-première begin juli naar Brussel komen, zodat ook de werkrelatie met de muzikant, doorgaans een traag en intensief proces dat gebaseerd is op een gezamelijke diepte-analyse van de partituur en het spelen ervan, een heel ander karakter kreeg, met ruimte voor eerder poëtische associaties die de choreografie een andere weg opstuurden.
‘Bach is bij uitstek de componist van de ‘belichaamde abstractie’.’
In de Goldbergvariaties construeert Bach op basis van de baslijn van de openingsaria een bouwwerk van 30 variaties, waarin hij verschillende technieken ontvouwt en toepast op een breed palet aan stijlen. Een strakke onderliggende regie ordent de opeenvolging van toonaarden en intervallen, maar laat even goed plaats voor verrassingen zoals de integratie van twee volkse melodieën in de laatste variatie en de nevenschikking van ingetogen en vrolijke passages. De strakke en complexe getallenstructuur die het geheel in al zijn diversiteit bij elkaar houdt fascineert niet alleen musicologen maar ook de choreografe, die in haar werk vaak wiskundige en geometrische ratsers gebruikt om bewegingen, hun evoluties en combinaties met elkaar te verbinden. In deze solo neemt ze echter voor een deel afstand van de innige omarming met de muziek, en zoekt ze vaker de décalage op: dans en muziek lopen niet altijd synchroon, en Bachs baslijn die de variaties structureert vindt ditmaal geen pendant in een basis-dansfrase die parallel aan de muzikale frase wordt ontwikkeld. De choreografie is gegrond in een verzameling van geometrische oriëntaties van het lichaam, die onafhankelijk van de muzikale ontwikkeling ontvouwd worden doorheen de verschillende lichaamsdelen en doorheen de ruimte, als een leitmotiv dat opduikt en weer verdwijnt.
‘In de Goldbergvariaties voelt het aan alsof alles wordt uitgeveegd als een sneeuwvlokje en dan toch terugkeert.’
Bachs polyfone klaviermuziek zit vol canons en andere figuren die één danseres op de scène onmogelijk kan belichamen. De Keersmaeker koos daarom voor een ander soort van lagen, door haar eigen verleden naar vandaag te halen en naar de toekomst te katapulteren. In de solo zitten verschillende bewegingscitaten van iconische werken als Fase, Bartok of Drumming, maar ook elementen die verwijzen naar recenter werk als Golden Hours of de Brandenburg Concertos. Maar de solo is allerminst een best-of van 40 jaar Rosas: het dansmateriaal, ontdaan van de strakke structuren waarin het choreografisch was ingebed, toont zich in zijn contrasten, wordt grondstof voor een zoektocht naar nieuwe paden en naar het onvoorspelbare, waarbij een minmale beweging kan overgaan in een disco-move, die op zijn beurt abrupt onderbroken wordt door een moment van algehele verstilling. Pavel Kolesnikov en Bach worden hier de reisgezellen van de choreografe-danseres: nu eens lopen ze gelijk op, dan weer dwalen ze lichtjes af of neemt één van hen het voortouw, maar steeds in een continue dialoog.
Steven De Belder
(bronnen: interview van Jan Vandenhouwe met Anne Teresa De Keersmaeker en Pavel Kolesnikov; Rudi Laermans: ‘I dance that I danced’, Bojana Cvejic: ‘Leave taking, homecoming’.)