menu
menu

Dansen om vier uur 's morgens met veel alcohol op

Dansen om vier uur 's morgens met veel alcohol op

Soundcaster Manu Van Acker over de voorstelling ‘LE SYNDROME IAN’

Op een koude donderdagavond gaat December Dance van start in het Concertgebouw. Van heinde en verre komen mensen vanavond kijken. En gelijk hebben ze. Christian Rizzo is curator en staat met een succesvolle voorstelling op het programma: ‘Le syndrome Ian’, met dansers van het ICI - CCN Montpellier.

De voorstelling, die voorzien is van elektronische muziek door Pénélope Michel en Nicolas Devos, komt vrij traag op gang. Als publiek heb ik het gevoel dat ik niet uitgenodigd wordt om te kijken, om mee te doen. Het begin is eerder een ‘onderonsje’. 


Stel u voor: een saaie openingsdans op ‘Total Eclipse of the Heart’, dat komt niet aan. Zo was het. Een mysterieus figuur links op scène gaat plots af. Ik had die nooit zien staan. De muziek bouwt zeer langzaam op en er komt al wat meer beweging en connectie tussen de verschillende Bonny Tyler-groepjes. Eindelijk wordt die mooie gouden scène gebruikt.
Op het eerste zicht lijkt dit allemaal als een improvisatie met hier en daar een geregisseerd stukje. De ‘zonnen’ van LED lichtjes die worden af en toe verschoven en vormen verschillende, mooie composities. Het is leuk dat de muziek ondertussen al wat meer uptempo is. Vanaf nu maken de dansers een enorm gebruik van de scène en ze leggen hier en daar accenten in hun beweging waardoor het niet saai wordt. Af en toe vinden de dansers elkaar en spelen ze op elkaar in. Daarna verdwijnen ze weer en gaan ze hun eigen weg. Op een gegeven moment ontstaat er een groepsstukje en denk je: ja, nu gaat het beginnen, nu komen er krachtige stukken choreografie.

Helaas, dat is van korte duur. De dansers vallen uit elkaar en gaan weer hun eigen wegje op. 
Wat ik mis is een langdurig, krachtig groepsstuk. De stijl kan je – of ik althans – vergelijken met dansen om vier uur ’s morgens met een alcoholpercentage in je lijf dat niet koosjer is. 
Alles verloopt zeer vlotjes en is op zich aangenaam om naar te kijken. Net op het moment wanneer het iets te saai en langdradig begint te worden komt er iets nieuws: een accent, een lichtverschuiving, een synchrone compositie tussen een groepje dansers. Dat blijft de voorstelling boeiend maken.


De performance blijft doorgaan, en veel nieuws zit er niet meer in. We zien veel dezelfde dingen gebeuren. Op het moment dat je dat denkt duikt links op het podium weer di mysterieuze figuur op. Plots. Voor je het goed en wel beseft staan er een aantal mysterieuze figuren op scène terwijl twee dansers nog een fijn duetje doen. Ik dacht dat er eindelijk wat vernieuwing ging komen, maar buiten de leuke kostuums is er niet veel vernieuwing aan. Wat nog volgt is een korte solo waarna de lichten doven.


Achteraf volgt nog een aftertalk met de dansers waarbij je als toeschouwer vragen kon stellen. Ik vroeg of er veel improvisatie was, en of daar ruimte voor is. Blijkt dat alles – of toch bijna alles – in scène is gezet, elke danser zijn of haar accenten legt wat een cue is voor de andere. Of danser A nu zijn hand omhoog steekt, of zijn elleboog, dan weet danser B dat hij zijn ding kan doen. ‘Le syndrome ian’ was dus een zeer technische voorstelling die allesbehalve makkelijk leek.


Gezien op donderdag 7 december in Concertgebouw Brugge

December Dance 17 — Curated by Christian Rizzo – International Dance Festival Bruges

Meer info over Le Syndrome Ian

 

Deel dit nieuwsbericht

Schrijf je in op onze nieuwsbrief