menu
menu

“Bij mijn ontwerpproces is het zoekende aanwezig”

“Bij mijn ontwerpproces is het zoekende aanwezig”

Interview met Jore Dierckx, vormgever van FRONT


Hoe verliep het ontwerpproces voor Front? Was het verschillend met andere opdrachten die je deed?


FRONT is ontstaan vanuit een opdrachtgever en volledig in handen van een bepaalde verwachting en resultaat. Je past je daarop aan natuurlijk. Het werk dat ik maakte voor ‘Tumult in Gent #5’ bijvoorbeeld was eerder een vrije opdracht en een inhoudelijke verderzetting van mijn masterproef en een ontbloting van mijn werkproces. Ik probeer altijd de balans tussen beide soorten opdrachten te behouden om de verschillende manieren van werken en jezelf levend te houden. Als je de term grafisch ontwerp laat vallen is het zo goed als vanzelfsprekend dat het een uitvoerend beroep is: je werkt in opdracht van. Om die reden zoek ik zowel autonomie als de uitdaging om mijn grafische feedback te geven op de wensen van een opdrachtgever. Maar ook in opdrachten zoals Front is het belangrijk dat je als ontwerper je eigen autonomie opeist en je opdrachtgever durft uit te dagen en te overtuigen. Dit lijkt vanzelfsprekend maar is vaak een zware klus. De manier hoe je hiermee omgaat ligt je opdrachtgever wel of niet.

Als eerste stap voor Front luisterde ik verschillende keren naar het War Requiem. Voor mij was dit de primaire bron. Als ondersteuning gaf het Concertgebouw me een inhoudelijke samenvatting van dit werk. Dit was mijn secundaire bron. Ik heb ze natuurlijk wel goed naast elkaar gelegd want een tekst is al een interpretatie. Als er iets geschreven wordt over een vocaal werk, vind ik het belangrijk dat ik me niet helemaal op een inhoudelijke tekst baseer maar zelf ook vertrek van de gevoelens die ik ervaar bij de muziek. Natuurlijk heb ik erop gelet andere informatie en de achterliggende boodschap van Britten niet uit het oog te verliezen. De tekst was dan ook een manier om in contact te blijven met wat de componist zelf bedoelde met dit werk.

Het stuk zelf vond ik heel indrukwekkend en overweldigend. Ik vroeg me dan ook af wat ik er nu precies mee zou doen. Front zelf is natuurlijk een tentoonstelling en is op zijn beurt nog eens een interpretatie van het originele werk. De inhoudelijke samenvatting en Front zelf zijn al verschillende kanalen en interpretaties van het War Requiem. Daarom nam ik de nodige afstand van het stuk om overzicht te behouden. Als derde stap ging ik op zoek naar de werken van de deelnemende kunstenaars en hun interpretatie op het War Requiem. Uiteindelijk ging ik zelf op zoek naar een manier om mijn persoonlijke touch aan Front te geven en een link te zoeken tussen het werk, de expo en de kunstenaars.

Wat sprak je thematisch het meest aan in het War Requiem? En heb je dit in je ontwerp laten terugkomen?


Het werk is sterk gericht op het lijden van onschuldige mensen bij een oorlog. Maar in de interpretaties van de kunstenaars kwam ook het hoopvolle naar boven. Het is zoals de Big Bang, men spreekt niet over het verleden en de aanloop naar dit incident, maar enkel over de toekomst. Je hebt dus het volledige rouwproces maar ook de emoties die eruit voortkomen. Mijn grootste focus heb ik gelegd op de gebeurtenis erna. Daarom verwerkte ik in mijn uiteindelijke ontwerp het kruisbeeld dat staat voor het hoopvolle en de overlevingsdrang. Mijn eerder ontwerp was abstracter en daarin experimenteerde ik met versnipperingen die granaatscherven moesten voorstellen. Ik zocht naar een beeld dat enerzijds hoopvol was en een idee dat een plotse schrikbarende gebeurtenis moest tonen. Tegelijk wilde ik ook de aanwezigheid van iets dat beschadigd maar niet verwoest kan worden. Achteraf bekeken was het begin van mijn zoekproces heel duister en zonder hoop.
In het straatbeeld gaat niemand dit proces zien op mijn affiche en niemand gaat weten wat dit voor me betekende en wat het verschil is tussen mijn eerste en mijn finaal ontwerp.
Maar een ontwerp is natuurlijk ook een momentopname en je kan nooit een volledig verhaal in al zijn facetten integreren. Communicatie is in die zin een eerste indruk en dan moet je soms werken met een momentopname. Ik heb geprobeerd om een spanning te creëren maar toch bevattelijk genoeg te zijn om met die momentele indruk voldoende info mee te geven.

Je studeerde in 2016 af als grafisch vormgever. Wat waren de belangrijkste lessen en ervaringen die tot nu toe op je pad kwamen?


Je mist sowieso de regelmatige feedback en coaching die je in je opleiding krijgt. Plots ben je zelfstandig en heel hard op jezelf aangewezen en op de lessen en ervaringen die je tijdens je studentenjaren tegenkwam. Anderzijds heb je na vier jaar studeren de nodige bagage meegenomen. Het blijft wel confronterend dat ik heel hard aan zelfreflectie moet doen en zelf op zoek moet gaan naar mensen die me feedback kunnen geven en me creatief blijven stimuleren. De omgeving die je op school had, creëer je nu zelf.

Waar haal je je inspiratie vandaan?


Ik heb een heel intuïtief ontwerpproces. In het begin ontwerp ik heel chaotisch en vaak puur visueel. Ook probeer ik me dan nog zo weinig mogelijk aan inhoudelijke concepten te linken. Dit kan soms wat botsen met het inhoudelijk doel van de opdrachtgever. Maar ik heb dit proces nodig. Ik geef mezelf de totale vrijheid om een nieuw beeld te creëren en een beeldtaal te ontwerpen die uiteindelijk van pas zal komen voor mijn opdracht. Een verhaal integreer ik meestal pas achteraf. Heb ik dit, dan werk ik mijn ontwerp verder uit en tracht ik zo weinig mogelijk regels te integreren. Als alles klaar is, vertrek ik van alle indrukken die er tijdens het ontwerpen zijn ontstaan. Dan trek ik mijn conclusies en kies ik de richting die ik wil uitgaan. Dan pas komt alles tot zijn recht en ontstaat er een ontwerp dat zowel qua verhaal als beeld helemaal klopt. Tijdens de dag doe ik al mijn ideeën op. Ik kijk bijvoorbeeld naar andere ontwerpen of advertenties en zoek naar details die op het eerste zicht niet opvallen. Ik schrijf die op, maak er een losse schets van en geef die indrukken een eigen draai. Ik doe dit om te vermijden info te mislopen als ik van in het begin rond één concept werk. Meestal maak ik losse kleine experimenten zoals beeldstudies met Photoshop of een typografisch experiment met Indesign. Ik probeer als het ware naar oplossingen te zoeken die nog niet eerder zijn gevonden. Op het einde van het proces vloeit alles terug op een of andere manier samen, en ontstaat een concreet ontwerp dat deze oplossingen bundelt. Meestal start mijn werkdag maar rond 9 of 10 uur ’s avonds omdat ik dan pas alle rust heb om al mijn ideeën en inspiratie te kanaliseren.

"Maar een vaste inspiratiebron, die heb ik niet... Ik word vaak geïnspireerd door de dingen die ik zie en bedenk dan hoe ik die zou veranderen."

Wat is dan de grote uitdaging binnen ontwerpen?


Er zijn in alle kunstvormen dogma’s of systemen die zich herhalen. Bij grafisch ontwerp zijn dit onder andere bepaalde kleurencombinaties die je steeds ziet. Bij een goed leesboek moet de tekst zuiver en leesbaar staan, bijgevolg is je lettertypekeuze beperkt. Je kan niet om die beperkingen heen maar instinctief tast je wel grenzen af. Ik betrap mezelf ook op dogma’s natuurlijk, daarom laat ik mijn ontwerpen zo ver mogelijk links liggen nadat ik ze heb afgewerkt om te vermijden dat ik me te veel focus op wat er anders kon. Later neem ik ze er terug bij en reflecteer ik welke zoektocht ik toen precies heb gemaakt en welke oplossingen ik heb gevonden voor mijn oorspronkelijk probleem.


Wat betekenen Front en Soundcast voor jou als initiatief?


Ik kende Soundcast al een beetje via Soundcaster Michiel maar met het aanbod van het Concertgebouw was ik tot nu toe minder vertrouwd. Ik vind Front inhoudelijk gewoon een heel sterk initiatief. Het feit dat jullie met jonge kunstenaars werken vind ik echt goed. Front creëert misschien een springplank die ze anders niet of veel minder snel zouden krijgen. Daarnaast geven jullie zelf de vrijheid en het vertrouwen om te creëren binnen het concept van Front en leggen jullie geen specifieke opdrachten op. Ook is het een verrijking om samen te werken met jonge mensen.
Soundcast bestaat uit jongeren met een passie voor kunst en cultuur en het is net goed dat zulke mensen zich engageren voor zo’n project. Het is ook de eerste keer dat er zo’n project plaatsvindt in het Concertgebouw. Voordien dacht ik dat deze zaal enkel concerten en dans programmeerde. Front laat hetzelfde inclusieve element ontstaan dat ook in het War Requiem voorkomt. Je hebt eerst de uitvoering van het werk, dan de tentoonstelling waarbij de jonge kunstenaar hun interpretatie geeft over het werk en dan ikzelf als ontwerper die met de affiches, flyers en cataloog mijn interpretatie toevoeg. Omdat het ook de eerste keer is dat Front plaatsvindt is ook het zoekende aspect aanwezig. Net dit zoekproces keert ook steeds terug in mijn werk als ontwerper en dat was een van de redenen om me te engageren voor Front. Kortom, er zouden gewoon meer initiatieven zoals Front moeten komen.

Vrijdagavond 10 november is de opening Night van Front. Naar welke kunstenaars kijk je uit?


Bij het werk van Tom Callemin voel ik echt de drang om me naast zijn werk te zetten en het op ware grootte te zien. Ook de installatie Monu spreekt me aan. Met hun beelden geven ze een ideologie een eigen draai. Het werk van Jella Onderbeke sprak me aan omdat zij heel nauw aansluit bij de symboliek die terugkomt in het War Requiem. Maar eigenlijk ben ik benieuwd naar iedereen en vind ik iedere kunstenaar die voor Front is gekozen heel sterk. Het is gewoon echt de moeite om te komen.

Interview Soundcaster Gwenn Herremans

Foto’s Myrthe Vandewalle

Meer info over FRONT



Deel dit nieuwsbericht

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

  •  *