Último helecho / Nina Laisné, François Chaignaud & Nadia Larcher
Cast & credits
Nina Laisné: concept, muzikale leiding, decorontwerp & regie
François Chaignaud: choreografie, artistieke samenwerking & uitvoering
Nadia Larcher: muzikaal advies, artistieke samenwerking & uitvoering
Rémi Lécorché: tenor sackbut (baroktrombone), snake & fluit
Cyril Bernhard: tenor sackbut (baroktrombone)
Joan Marín: bas sackbut (baroktrombone) & wakrapuku
Jean-Baptiste Henry: bandoneon
Daniel Zapico: teorbe & sachaguitarra
Vanesa García: traditionele percussie
Néstor ‘Pola’ Pastorive: geassocieerd choreograaf
Abigail Fowler: lichtontwerp
Sara Ruiz Marmolejo & Anthony Merlaud: algemene regie
Sara Ruiz Marmolejo & Hervé Bailly: podiumregie
Anthony Merlaud & Abigail Fowler: lichtregie
Alice Le Moigne / Camille Frachet / Arthur Frick / Guilhem Angot (2 afwisselend): geluidsregie
Cara Ben Assayag & Sarah Duvert: kostuumregie
Arteoh - Benoît Brobst & Augustin Brobst: bouwkundig ingenieurs
Théâtre de Liège, Les 2 Scènes & Scène nationale de Besançon: decorbouw
(technisch directeur: Emmanuel Deck; werkplaatschef: Cédric Debatty; schrijnwerkers: David Halleux, Ferdinand Durmisovski, Aurélien Defize, Ioannis Katikakis, Philippe Gustin; slotenmaker: Gary Gouders; decorontwerper: Sandra Belloi; stagiair: Felix Pêcheur), Les 2 Scènes, Scène nationale de Besançon (technisch directeur: Emmanuel Cèbe; bouwer: David Chazelet) – bouwer: Gaby Sittler - decorontwerper: France Chevassut - schilders: Sylvie Mitault, Alan Da Silva, Nina Laisné
Julie Reilles: assistentie decorbouw
Sarah Duvert & Florence Bruchon: kostuumontwerp & -productie
Théâtre de Liège & Opéra de Limoges: kostuumproductie
(coupeuses: Christine Picqueray en Anicia Echevarria, naaisters: Agnès Brouhon en Christelle Vanbergen, coördinator: Pierre Matteucci, stagiaires: Nathan Ludwig en Zoé Jacobs), Opéra de Limoges (hoofdkostuumontwerper: Nelli Vermel, assistent-kostuumontwerper: Raymonde Maranay, stagiaire: Pauline Saintonge) - verver: Amandine Brun-Sauvant - meubelmaker: Mathieu Paesmans - valse schedels: Rebecca Flores Martinez en Sarah Duvert - pruikenmaaksters: Coline Bourdere en Caroline Porte
Orane Bernard, Pauline Couturon, Plume Ducret & Léa Warin-d'Houdetot: stage
Rodrigo Jesus Colomba, Maximiliano Colussi, Gustavo Gomez, Carlos González, Ivana Herrera, Pablo Lugones, Petete, Nelson Vega & Yanina Olmos, Jorge Vázquez & Alexis Mirenda: dansoverdracht
Zorongo - Martine Girol, Coralie Basset & Valentina Salazar Henao & Mandorle productions - Chloé Perol, Jeanne Lefèvre & Emma Forster: administratie & productie
Bureau Platô - Séverine Péan: productie & distributie
i.s.m. Cultuurcentrum Brugge
powered by 
Dit is een Vriendenvoorstelling

Over de makers & de voorstelling
Een permeabel lichaam
- Último helecho verweeft Europese en Zuid-Amerikaanse dans- en muziektradities, waarbij boven- en onderwereld, natuur en cultuur in elkaar overvloeien.
- De voorstelling zoekt niet naar tegenstellingen, maar naar kruispunten: in muziek, scenografie en thematiek worden koloniale geschiedenissen, mondelinge tradities en hybride instrumenten vervlochten. Fundamenten verschuiven, permeabiliteit staat centraal.
- De samenwerking tussen François Chaignaud, Nina Laisné en Nadia Larcher bundelt hun fascinaties: Chaignauds historische, lichamelijke en grensverleggende danspraktijk, Laisnés focus op beeld, verhaal en vergeten tradities, en Larchers Zuid-Amerikaanse muzikale verankering.
Último helecho is een nieuwe creatie van de Franse regisseuse-scenografe Nina Laisné en choreograaf-danser-zanger François Chaignaud, samen met de Argentijnse zangeres-danseres Nadia Larcher. In deze voorstelling – geïnspireerd op Zuid-Amerikaanse barok en mystieke volksverhalen – verkennen ze de kruispunten tussen boven- en onderwereld, levende en levenloze natuur, en vermengen daarbij Westerse en Zuid-Amerikaanse dans- en muziektradities. Geschiedenis raakt vervlochten met het heden.
François Chaignaud en Nina Laisné
Helemaal gepassioneerd door dans, verhuisde choreograaf François Chaignaud (1983) in zijn eentje op zijn veertiende naar Parijs om er dans te studeren aan het Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris. En toch wrong er wat bij hem. Rond professioneel dansen hangt een mythologie van zelfopoffering. Jonge dansers moeten zich volledig overgeven en zich alles ontzeggen. Al te vaak staat er enkel een precair leven tegenover. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Chaignaud zich na zijn dansopleiding verdiepte in de geschiedenis van het feminisme – evengoed een verzet tegen onderdrukking - tijdens een master in de Hedendaagse Geschiedenis.
Aan de ene kant blijft Chaignaud in zijn choreografisch werk overtuigd van zijn klassieke, westerse opleiding en weigert hij ermee te breken. Hij danst vaak met pointes en speelt graag met minder bekende historische kunstwerken, gedichten, muziek, of met verwachtingen van het publiek. Zo declameerde hij in Aussi Bien Que Ton Coeur Ouvre Moi Les Genoux erotische 17e-eeuwse poëzie voor telkens één toeschouwer.
Chaignaud richt in 2007 samen met de Argentijnse Cecilia Bengolea het dansgezelschap Vlovajob Pru op. Hun eerste voorstelling samen, Pâquerette, typeert zijn latere samenwerkingen en de manier waarop hij inspiratie opdoet. De twee dansen er een (weinig expliciete) passage met dildo’s. In een interview stelt Chaignaud dat het voor hem een revelatie was dat het lichaam geen gesloten systeem is, maar zich kan laten penetreren. Door dildo’s, en vooral ook door ideeën, culturen, kennis, geschiedenis. Telkens brengt de choreograaf een reeks van zijn fascinaties bij elkaar die op het eerste gezicht weinig te maken hebben met klassieke danstradities. Hij toont ermee dat de mens een permeabel wezen is.
Zo laat Chaignaud zich inspireren door traditioneel Oekraïense liederen én bewegingen uit Zuid-Indische Teyyam-rituelen in Думи мої – Dumy Moyi. Maar zijn inspiratie kan ook dichter bij huis liggen. In Altered natives’ Say Yes To Another Excess – TWERK ontdekt hij dat dansen in clubs niet alleen een sociaal gegeven is, maar dat er ook plaats is voor creativiteit en expressie. Op de dansvloer tonen gebaren evengoed betekenissen.
Nina Laisné (1985) studeerde film en fotografie aan de École Supérieure des Beaux-Arts de Bordeaux en schoolde zichzelf in Zuid-Amerikaanse traditionele muziek. In haar werk gaat ze telkens op zoek naar mondelinge tradities en verhalen of figuren in de marge van de geschiedenis. In 2017 werkte ze voor het eerst samen met François Chaignaud aan het barokke dansstuk Romances inciertos, un autre Orlando. Daarin verweven ze Spaanse traditionele dansen als flamenco en jota met Spaanse 16e- en 17e-eeuwse muziek, én die twee dan weer met het genderfluïde, ambigue personage Orlando uit Virginia Woolfs gelijknamige roman.
Laatste varen
De voorstelling Último helecho brengt de fascinaties van beide makers bij elkaar. Nina Laisné focust op beeld, verhaal en muziek, terwijl François Chaignaud zang, lichaam en zijn begeestering voor geschiedenis inbrengt. De Argentijnse zangeres en danseres Nadia Larcher verankert dit alles in het Zuid-Amerikaanse perspectief.
Opvallend is dat het in Último helecho niet gaat om de tegenstellingen, maar net over de kruispunten: de onheldere grenzen tussen natuur en cultuur, boven- en onderwereld. Koloniale relaties en invloeden van het Westen vervlechten zich met de tradities van Zuid-Amerika. Daarbij vermengen Laisné en Chaignaud Europese met Zuid-Amerikaanse instrumenten. Baroktrombone, bandoneon en teorbe (een 16e-eeuwse Europese luit) horen we samen met de wakrapuku (een Peruviaans blaasinstrument uit opgerolde runderhoorn), een sachaguitarra en traditionele percussie-instrumenten.
'In Último helecho gaat het niet om de tegenstellingen, maar net over de kruispunten: de onheldere grenzen tussen natuur en cultuur, boven- en onderwereld.'
Nina Laisné verweeft al deze kruispunten ook in de scenografie. In het midden van het podium staat een grote rots. Deze bovenwereld is verbonden met de grot van de onderwereld - het speelvlak - door een trappenpartij aan de achterzijde. De grote rots rust op een zuil met ornamenten die doen denken aan Europese architectuur. Maar wanneer die in het midden van de voorstelling omvalt, wekt dat de suggestie dat Europa als fundament van Zuid-Amerikaanse culturen misschien niet helemaal klopt …
De titel van het stuk ontlenen Laisné en Chaignaud aan het lied Me He de Guardar van de Peruviaanse singer-songwriter Chabuca Granda. Último helecho betekent ‘de laatste varen’. In haar lied zingt Granda dat ze een gat in de aarde graaft en onder de rozenstruik zal wachten tot de aarde in haar hart kruipt, de ogen bereikt en ze uiteindelijk bedekt wordt door de laatste varen.
Mia Vaerman
