Ga naar de hoofdcontent
Florentin Ginot /

Florentin Ginot / Marais, Bach, Biber, Prins & Zubel

Biografie


Contrabassist Florentin Ginot (FR) werd na zijn opleiding aan het Conservatoire National Supérieur de Paris laureaat van de Fondation Banque Populaire. Hij nam in 2015 zijn eerste cd op in de collectie Jeunes Solistes van de Meyer Foundation rond de muziek van Marin Marais. In samenwerking met componisten als Georges Aperghis, György Kurtág, Rebecca Saunders en Helmut Lachenmann creëert en ontwikkelt Ginot een nieuw solorepertoire voor zijn instrument, de contrabas. Florentin trad op als solist op festivals en podia als de Berliner Philharmoniker, de Kölner Philharmoniker, de Cité de la Musique Parijs, het Festival Présences Radio France, het Festival Musica, L'Auditori, de Berliner Festspiele en meer. In 2020 werd hij door het Syndicat de la Critique uitgeroepen tot Révélation Musicale de l’Année.

Uitvoerders & programma


Florentin Ginot: contrabas
Yann Bouloiseau: elektronica

--

Traditionele muziek uit Galicië (12e eeuw)

Marin Marais (1656–1728)
uit Livre V de pièces pour viole (1725):
Prélude & Harpègement

Stefano Scodanibbio (1956–2012)
Farewell (1981/83)

Johann Sebastian Bach (1685–1750)
uit Partita nr.1 voor viool, BWV 1002 (ca. 1720):
Double II

Johann Sebastian Bach
uit Sonate in e, BWV 1023 (ca. 1720):
I. met basso continuo
(voor contrabas en synthesizer)

Stefan Prins (1979)
To the bone. For double bass and FX pedals (in opdracht van Concertgebouw Brugge & Frequenz Kiehl Festival)
(voor contrabas en pedalen)

Traditionele muziek uit Galicië (12e eeuw) 

Heinrich Ignaz Franz Biber (1644–1704)
uit Rozenkranssonates, nr. 1 ‘ Annunciatie’ (ca. 1676):
I. Praeludium
(voor contrabas en synthesizer)

Johann Sebastian Bach
uit Partita nr.2 voor viool, BWV 1004 (ca. 1720):
Sarabande

Agata Zubel (1978)
Hand in Hand (2026) (Belgische première)

Marin Marais
Fragmenten uit Livre de pièces pour viole

Traditionele muziek uit Galicië (12e eeuw)


Jouw applaus voor deze wereldpremière krijgt extra kleur met de bloemen van.


Toelichting

 

Alle schakeringen van de contrabas

- Dit programma toont hoe veelzijdig de contrabas kan zijn, voorbij het cliché van log en zwaar.
- Ginot herwerkt barokke viool- en gambastukken tot virtuoze, wendbare baspartijen.
- Hedendaagse componisten verkennen nieuwe klanktechnieken, van boventonen tot scordatura (of het herstemmen van het instrument). Elektronica en objecten (zoals een cakevorm!) creëren extreme resonanties en nieuwe kleuren.

Laten we wel wezen, de contrabas heeft niet de reputatie een heel wendbaar instrument te zijn. Het solide fundament van een orkestrale strijkersgroep, het anker van een gegronde baslijn: ja. Maar lichtheid, virtuoze sprankeling en fijnmazige kleurschakeringen zullen weinigen er spontaan in vermoeden. Uiteindelijk is het de contrabas die in Saint-Saëns’ Carnaval des animaux de olifant vertolkt. Qua typecasting telt dat. Het is een instrument dat het stigma van logheid met zich meetorst.

Zoals met zo veel vooroordelen, valt ook hier te vermoeden dat ze minstens deels onterecht zijn. En de beste argumenten om ze te ontkrachten, zouden wel eens in dit concertprogramma kunnen schuilen. Bassist Florentin Ginot is als muzikant bij het Ensemble Musikfabrik niet enkel een virtuoos in het exploreren van allerlei eigentijdse alternatieve speeltechnieken op zijn instrument, als solist zet hij zich ook in om repertoire dat voor de kleinere (en dus in de perceptie meer wendbare) exemplaren van de strijkersfamilie was geschreven, over te zetten naar de contrabas. In een programma dat transcripties van barokke solowerken voor viool of gamba afwisselt met hedendaagse werken, komen ook alle delicate en fijnzinnige mogelijkheden van het instrument naar voor. De olifant kan ook een porseleinwinkel zijn.

Barokke virtuositeit

Het is tijdens de barok dat instrumentale muziek zich als een autonoom gegeven vestigde (in plaats van als aanvulling of vervangmiddel bij vocale werken). Componisten gaan dan ook steeds meer voor de idiomatische eigenschappen van de instrumenten schrijven en zoeken daarbij ook de mogelijkheden van de speeltechniek op. Met andere woorden: virtuositeit wordt een doel op zich. Marin Marais (1656-1728), het grootste deel van zijn carrière als muzikant verbonden aan het hof van Lodewijk XIV in Versailles, heeft een gevarieerd oeuvre als componist (waaronder meerdere opera’s), maar staat toch vooral bekend om de vijf bundels met werken voor zijn eigen instrument, de viola da gamba, waarvan hij de idiomatische mogelijkheden – de wat melancholische toon en de vele mogelijkheden voor dubbelgrepen – treffend uitspeelde. Waar de gebroken akkoorden voor de basgamba in de Prélude en Harpègement zich nog vlot lenen tot een transcriptie voor contrabas, is dat al veel minder het geval voor de werken voor viool die door Ginot zijn getranscribeerd.

Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704) introduceerde allerlei nieuwe en veeleisende technische uitdagingen in zijn vioolwerken. De Rozenkranssonaten, vijftien ‘meditaties’ op religieuze ‘mysteriën’ koppelen christelijke spiritualiteit aan transcendente speeltechniek. De Prelude uit de eerste sonate bevat flitsende arabesken voor de soloviool boven een lang aangehouden toon in de basso continuo. Ginot keert voor zijn arrangement de rollen om: de lang aangehouden toon die oorspronkelijk voor de contrabas had kunnen weggelegd zijn, wordt nu door een synthesizer overgenomen terwijl de contrabas de wervelende capriolen van de viool voor de rekening neemt. Exact dezelfde taakverdeling met toccata-achtig solomateriaal boven een aangehouden basnoot vinden we ook terug in de Sonate in e, BWV 1023 van Johann Sebastian Bach (1685-1750), waarvoor Ginot ook de synthesizer als kompaan krijgt. Als Biber bij momenten al doet vergeten dat de viool in wezen een éénstemmig instrument is, geldt dat des te meer voor de partita’s en sonates voor viool solo van Johann Sebastian Bach. De vele dubbelgrepen in de Sarabande uit de Partita nr.2 geven een bijna voortdurende suggestie vaan vierstemmige harmonie.

'Als Biber bij momenten al doet vergeten dat de viool in wezen een éénstemmig instrument is, geldt dat des te meer voor de partita’s en sonates voor viool solo van Johann Sebastian Bach.'

 

Nieuwe klankmogelijkheden

Stefano Scodanibbio (1956-2012) was zelf als bassist een veelgevraagde vertolker van nieuwe muziek en talrijke componisten (met Luigi Nono misschien als meest prominente) schreven specifiek voor zijn talenten. Hij bedacht alternatieve speeltechnieken op het instrument die hij ook in zijn eigen composities demonstreerde. De zesde etude Farewell is gewijd aan zijn techniek van ‘boventoon-pizzicato’, waarbij de bassist met twee handen op de vier snaren tegelijk natuurlijke boventonen aantokkelt.

Zowel Agata Zubel (1978) als Stefan Prins (1979) hebben hun gloednieuwe werken specifiek voor de talenten van Florentin Ginot gecomponeerd, maar elk met een ander vertrekpunt. Zubel focust sterk, zoals de titel Hand in Hand suggereert, op de gestiek van het spelen. Daar hoort een uitgebreide exploratie bij van allerlei speeltechnieken en daarbij ook diverse klanktypes, van percussief tot kristalhelder en gebruikt het herstemmen van het instrument (scordatura) om microtonale intervallen in de dense harmonie te verweven. Net als Bach creëert ook zij door snelle afwisseling van noten de illusie van meerstemmigheid op één bas.

'Zowel Agata Zubel als Stefan Prins hebben hun gloednieuwe werken specifiek voor de talenten van Florentin Ginot gecomponeerd, maar elk met een ander vertrekpunt.'

Bij Stefan Prins, die al jarenlang met Ginot samenwerkt in half-geïmproviseerde stukken, krijgt in zijn To the Bone (een creatieopdracht van Concertgebouw Brugge) de contrabas het gezelschap van een batterij effectenpedalen, die de klank van de bas kneden en vervormen. Idem voor … een aluminium cakevorm die tussen de bassnaren ook extra resonantie toevoegt. De eerste helft is een wervelende stroom van klanknuances die een atletisch gebruik van diverse en subtiele boogtechniek vereist, maar in de tweede helft daalt het stuk letterlijk af naar het diepe register wanneer bas en effectenpedalen de diepste frequenties aftasten en geleidelijk de ruimte vullen met klank en zwevingen van diepe tonen die tegen elkaar aanschurken.

Maarten Beirens

LUISTERTIP

Georges Aperghis, de Grieks-Franse grootmeester van de hedendaagse muziek is één van de vele componisten die specifiek voor Florentin Ginot heeft gecomponeerd. Zijn Black Light is een perfecte introductie tot de onvermoede diepten (pun intended) van wat een contrabas vermag.
#deeplistening

Beleef meer tijdens Têtes-à-têtes

Têtes-à-têtes draait om intense ervaringen, en niet enkel in het zog van de muziek. Ga voor een brede festivalbeleving en maak ook dit mee:

  • Pop-up café op Forum 6

    Na de voorstelling houden we de intieme sfeer verder aan. Voor de gelegenheid toveren we de zesde verdieping van de Lantaarntoren een maand lang om in een stemmig pop-up café. Drink in alle gezelligheid een glas met zicht op Brugge by night en laat de luisterervaring nog wat nazinderen.

  • Klankinstallatie 'From Fin to Footprint' op Forum 7

    Sinds 2024 werkt Johannes Kreidler aan gemotoriseerde instrumenten die de grenzen tussen visuele kunst, muziek en technologie vervagen. Tijdens Têtes-à-têtes bevolken deze motor instruments de bovenste verdieping van de Lantaarntoren, waar je ze voor en na elk concert kan ontdekken. Verwacht je aan een toegankelijke, grappige ‘installatie’, die ook muzikaal heel sterk is.

  • Liefde aan de muren / liefde voor je oren

    Het project Love Lines trekt een rode liefdesdraad door ons seizoen. In oktober 2025 wijdden zes auteurs al wie dat wilde in in de nobele kunst van het ‘liefdesbrief-schrijven’. Woorden uit en foto's van de mooiste flarden uit die brieven geven ons pop-up café extra kleur en poëzie. Kom ook luisteren naar deze odes tijdens een gratis 'luistermoment' in het pop-up café op Forum 6 op zondag 22 februari.

    Een project i.s.m. vzw De Batterie, met de steun van de spelers van de Nationale Loterij

Getipt voor jou

  • Anna Besson & Reinoud Van Mechelen / Afspraak(je) op scène

    Eén instrument + één stem = één koppel. Anna Besson en Maker Reinoud Van Mechelen gaan de uitdaging aan om speciaal voor die liefdevolle bezetting een programma te bedenken. Ze geven jou, en elkaar, rendez-vous met origineel werk voor stem en fluit of traverso. Op het programma ook eigen arrangementen van muziek van Franse componisten, van Guillaume de Machaut tot Claude Debussy en Albert Roussel. Een snuif Bach en een dosis folk maken de optelsom compleet.

  • Quatuor Diotima / Beethoven, Poppe & Streich

    Lisa Streichs Sternenstill baadt in een sfeer van introspectie, af en toe verbroken door barse akkoorden. Dezelfde combinatie van meditatie en hevige beweging, intimiteit en tomeloze energie vinden we in Beethovens voorlaatste strijkkwartet – een muzikaal testament dat je niet onbewogen zal laten. Geïnspireerd door Beethoven en Boulez, speelt Enno Poppe in zijn Buch met de perceptie van tijd en klank, waarbij subtiele variaties en gelaagde patronen een hypnotiserend effect oproepen.

  • Musici van het Budapest Festival Orchestra / Kamermuziek

    Dat de muzikanten van het wereldvermaarde Budapest Festival Orchestra van alle markten thuis zijn, bewijzen ze met tal van verrassende formats. Zo zijn er concerten waarbij het publiek het programma bepaalt, voorstellingen voor kinderen met autisme en muziekmarathons. Speciaal voor dit concert diepte maestro Iván Fischer enkele parels uit het kamermuziekrepetroire op. Zijn muzikanten laten die met alle plezier schitteren in de intieme Kamermuziekzaal.

Digitaal & duurzaam

Digitale programmaboekjes voor onze dansvoorstellingen en bepaalde festivals vormen een onderdeel van ons engagement rond duurzaamheid en ecologisch ondernemen.

Laat weten wat je van de voorstelling vond op Facebook en Instagram met #concertgebouwbrugge