Constantinople & Ablaye Cissoko / L’Estuaire
Uitvoerders & programma
Constantinople: ensemble
Ablaye Cissoko: kora (West-Afrikaanse dubbelharp) & stem
Patrick Graham: slagwerk
Kiya Tabassian: setar (Perzische luit), stem & artistieke leiding
--
L'Estuaire
Ablaye Cissoko (1970) & Kiya Tabassian (1976)
MaaLong
Sokhna Si
Marée Haute-Marée Basse
Baba
Kiya Tabassian
Boro
Ablaye Cissoko & Kiya Tabassian
Source
Ablaye Cissoko
Amadou
Ablaye Cissoko & Kiya Tabassian
Estuaire
Envol
Nanfoulé

Toelichting
Het estuarium: monding en oorsprong
- Het estuarium fungeert in dit programma als een metafoor voor ontmoeting van culturen en klanken.
- Ensemble Constantinople verenigt Perzische traditie met diverse wereldmuziek.
- Setar en kora smelten samen in een dialoog tussen Perzische en West-Afrikaanse tradities.
Een plek van ontmoeting
Een estuarium is monding en oorsprong. Het is het einde van de waterloop, de plaats waar een verbrede rivier in zee uitmondt. De getijden zijn er voelbaar. Maar een estuarium is tegelijkertijd een plaats waar de ontmoeting van zoet met zout water een nieuwe habitat schept, waar iets nieuws ontstaat. Het is een plek van ontmoeting, waar verandering en creatie plaatsvinden – een liefdesverhaal in de natuur.
In het programma L’Estuaire van het ensemble Constantinople vinden muziekstijlen en instrumenten uit Azië, Afrika en Europa elkaar; de klanken van setar en kora vloeien in elkaar over in een verrassend, origineel universum.
Kruispunt van culturen
Het ensemble Constantinople werd opgericht in Montréal in 2001 door de Iraanse setarspeler Kiya Tabassian. De groep speelt wereldmuziek waarin de Perzische traditie ontmoetingen aangaat met andere tradities. Daarnaast gaat Constantinople ook crossover-projecten aan met oude-muziekensembles en werkte het met uitvoerders als Ghalia Benali, Françoise Atlan, Marco Beasley, Hana Blaziková en de Cappella Mariana. De eerste opname van de groep verscheen in 2001. Vijfentwintig jaar later omvat de discografie van het ensemble meer dan twintig albums. De naam van het ensemble verwijst zowel naar het oude Byzantium als naar de stad die vandaag Istanbul heet, maar vooral naar de vele oude tradities binnen deze wereldstad, dit huwelijk van culturen en invloeden.
Eclectische percussie
De Canadese percussionist Patrick Graham is een vaste waarde binnen het ensemble. Dankzij zijn levenslange fascinatie voor percussie is hij niet enkel vertrouwd met hedendaagse westerse percussie, maar ook met de lijsttrommels (framedrums) uit het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten, slagwerk uit Zuid-Indië en uit Japan. Zijn belangrijke inbreng in het ensemble Constantinople bestaat uit het aanbrengen van dit eclectische kleurenpalet aan percussieklanken. Hij is verder te horen op tientallen albums en soundtracks met de meest uiteenlopende ensembles en op meerdere solo-albums.
De Iraanse setar
De Iraanse setarspeler, zanger en componist Kiya Tabassian is de artistiek leider van het ensemble. Hij groeide op in Iran, tot hij in 1990 in Montréal aankwam. Al in zijn thuisland maakte hij kennis met de setar, een traditionele Perzische luit (niet te verwarren met de Indische sitar). Het Perzische woord ‘se-tar’ (سه تار) betekent zoveel als ‘drie snaren’, hoewel het instrument er sinds de 19e eeuw meestal vier heeft. De oorsprong van het instrument gaat met zekerheid terug tot de 15e eeuw, mogelijk zelfs tot de 10e. Het instrument behoort tot de familie van de langhalsluiten; de hals heeft een lengte van 40 à 50 centimer. De setar is verwant aan de tanbur maar heeft een korter, peervormig klanklichaam en een bereik van tweeënhalf oktaven. De snaren worden getokkeld met de wijsvinger van de rechterhand.
'Het Perzische woord ‘se-tar’ (سه تار) betekent zoveel als ‘drie snaren’, hoewel het instrument er sinds de 19e eeuw meestal vier heeft.'
De bewaarde Perzische iconografie toont zowel mannelijke als vrouwelijke bespelers van de setar. De oudste opname van het instrument dateert uit 1889, toen Arthur James Twain voor de Gramophone Company een opname maakte van zanger Batool Rezaei, die zichzelf op de setar begeleidde.
Al in zijn jeugdjaren speelde en herinterpreteerde Kiya Tabassian de traditionele Perzische muziek. In Montréal richtte hij samen met etnomusicoloog Frédéric Léotar het ‘Centre des musiciens du monde’ op. Hij is lid van meerdere Canadese muziekcommissies en componeerde muziek voor verschillende documentaires en een hymne voor de 375e verjaardag van de stad Montréal.
Een Senegalese jali met zijn kora
L’Estuaire is de derde samenwerking van het ensemble Constantinople met de Senegalese musicus Ablaye Cissoko. Cissoko werd geboren in Senegal in een familie van griots. Een griot is de Franse term voor wat in het Mandinga 'jali' (djali) heet, of 'gewel' in het Wolof (Mandinga en Wolof worden gesproken in respectievelijk Mali en Senegal.) Een jali is de West-Afrikaanse tegenhanger van de Europese minnestreel uit de middeleeuwen: hij is verhalenverteller en historicus, bard, zanger, dichter en componist. De functie is vaak erfelijk binnen de familie en gaat over van de ene generatie op de andere. Jali-families zijn vaak adviseurs voor leden van de koninklijke familie en bemiddelaars bij conflicten. Ze vormen het levende geheugen in culturen waar een aanzienlijk deel van de bevolking niet leest of schrijft.
'Jali-families vormen het levende geheugen in culturen waar een aanzienlijk deel van de bevolking niet leest of schrijft. Jali begeleiden zichzelf meestal op de kora.'
In Senegal begeleidt een jali zichzelf op de kora, in andere landen hebben jali’s ook andere begeleidingsinstrumenten. De kora komt voor in heel West-Afrika, voornamelijk in Guinea, Guinea-Bissau, Mali, Senegal en Gambia. De kora lijkt op een kruising tussen harp en luit; de klank doet denken aan een harp of gitaar. Het instrument bestaat uit een grote, doorgesneden kalebas, bespannen met runderleer, en één of twee halzen.
In principe heeft een kora 21 snaren, verdeeld in twee rijen: 11 rechts en 10 links. Moderne instrumenten hebben vaak enkele toegevoegde bassnaren. De snaren bestaan traditioneel uit dunne reepjes dierenhuid (rund of antilope); moderne snaren zijn meestal uit nylon, sommige uitvoerders gebruiken harpsnaren. Traditioneel gebruikten koraspelers een nyenmyemo, een bladvormig plaatje uit tin of koper dat met de snaren meetrilt en als een versterker fungeert.
Bekende koraspelers zijn Toumani Diabaté (Mali, bekend als de ‘prins van de kora’), zijn dochter Sona Jobarteh (Gambia - vorig jaar nog te gast in het Concertgebouw), en Ablaye Cissoko (Senegal). Deze laatste maakte als koraspeler carrière als solist en in samenwerking met talrijke Europese en Afrikaanse instrumentalisten. Hij speelde concerten over heel Europa en Afrika. Hij was de protagonist in de documentaire Griot (Volker Goetze, 2011).
Pieter Mannaerts


