Ga naar de hoofdcontent
Andreas Staier /

Andreas Staier / Meer Bach

Biografie


Andreas Staier (DE)
studeerde bij Gustav Leonhardt, Nikolaus Harnoncourt en Ton Koopman. Zijn geliefkoosd repertoire is 17e- tot 19e-eeuwse muziek voor klavecimbel en pianoforte, waar hij zich zowel solistisch als in voornaam muzikaal gezelschap op toelegt. Staier concerteert wereldwijd met orkesten als de Akademie für Alte Musik Berlin en het Orchestre des Champs-Elysées. Tot zijn vaste kamermuziekpartners behoren onder anderen Christoph Prégardien, Daniel Sepec en Jean-Guihen Queyras. Inmiddels maakte hij meer dan 50 opnames bij Deutsche Harmonia Mundi, Teldec en Harmonia Mundi. Voor die opnames ontving hij onder meer een Gramophone Award. Naast zijn werk als toetsenist is Andreas Staier actief als dirigent en orkestleider.

Uitvoerder & programma

 

Andreas Staier: klavecimbel (gebouwd door Matthias Griewisch, kopie van Christian Zell uit 1728)

--

Johann Christoph Bach (1642–1703)
Prelude en fuga in Es (ca. 1680–1700)

Johann Bernhard Bach der Ältere (1676–1749)
Chaconne in B (ca. 1700 en 1720)

Wilhelm Friedemann Bach (1710–1784)
Polonaise nr.9 in F (ca. 1765)
Polonaise nr.10 in f (ca. 1765) 

Carl Philipp Emanuel Bach (1714–1788)
Sonate in g, Wq 65/17 (1739)
I. Allegro
II. Adagio
III. Allegro

Johann Sebastian Bach (1685–1750)
Partita nr. 4 in D, BWV828 (ca. 1728–1730)
I. Ouverture
II. Allemande
III. Courante
IV. Aria
V. Sarabande
VI. Menuet
VII. Gigue

Toelichting

 

Bach, Bacher, Bachst: familieportret voor klavecimbel

  • Het ‘Altbachisches Archiv’ is een van de belangrijkste schatten van de Duitse barokmuziek: een grote collectie 17e-eeuwse muziek van de familie Bach. Het werd in 1999 teruggevonden in Kiev (Oekraïne), nadat het spoorloos verdween tijdens WO II.
  • J.S.Bach publiceerde zijn ‘opus 1’ pas in 1731, toen hij al 46 was: de Clavier-Übung I, bestaande uit zes partita’s.
  • Het klavier was zonder twijfel het vehikel van de Bachs: Johann Sebastian, zijn voorvaderen en zijn zonen waren steevast virtuozen en meester-improvisatoren aan het orgel en/of het klavecimbel.

Een zee van Bachs

‘Nicht Bach, Meer sollte er heissen!’: Beethoven had het over de diepgang en omvang van Bachs oeuvre toen hij hem eerder met de zee vergeleek dan met een beekje (nvdr: Bach is het Duits voor ‘beek’, Meer is het Duits voor ‘zee’). Maar ook Bachs familie lijkt oeverloos. Vandaag verkent klavecinist Andreas Staier maar liefst drie generaties Bach, van oom Johann Christoph Bach, over neef Johann Bernhard, tot Johann Sebastians twee oudste zonen, Wilhelm Friedemann en Carl Philipp Emanuel.

Johann Christoph: Prelude en fuga in Es

De oudste Bach op het programma was Johann Sebastians oom Johann Christoph (1642-1703), door Johann Sebastian ‘de diepzinnige’ genoemd en de belangrijkste componist van zijn generatie in de familie Bach. Hij was de oudste zoon van organist Heinrich Bach (1615-1692) en was als organist actief in Arnstadt en Eisenach – twee steden waar Johann Sebastian later in zijn voetsporen zou treden. Johann Christophs vrouw, Maria Elisabetha Wedemann was bovendien de tante van Bachs eerste vrouw, Maria Barbara. Slechts een klein aantal van Johann Christophs werken bleef bewaard, het merendeel hiervan in het ‘Altbachisches Archiv’, de collectie zeventiende-eeuwse muziek in het bezit van, en grotendeels gecomponeerd door, de familie Bach. Van Johann Christoph kennen we meerdere motetten, ‘geistliche Konzerte’, een cantate, orgelkoralen en enkele werken voor klavecimbel. Deze worden omschreven als ‘Klavier manualiter’, wat duidelijk op een klavecimbel duidt: een klavier zonder pedalen (dus geen orgel). De belangrijkste van deze composities is de Prelude en fuga in Es.

Johann Bernhard: Chaconne in B

Johann Bernhard (1676–1749) was een generatiegenoot en oudere neef van Johann Sebastian; ze waren intiem bevriend en peter van elkaars zonen. Johann Bernhard werd geboren in Erfurt en was nadien actief in Magdeburg en Eisenach. In de St-Georgskirche van Eisenach zou hij zijn oom Johann Christoph opvolgen. In het hertogelijk orkest had hij er Georg Philipp Telemann als collega; de stijl van beide componisten is verwant. Onder de bewaarde werken van Johann Bernhard zijn vier orkestsuites waarvoor Johann Sebastian zijn neef een handje toestak bij het kopiëren van de individuele partijen. Zijn klaviermuziek omvat orgelkoralen, een fantasia en drie Chaconnes voor klavecimbel.

Johann Sebastian: Partita nr.4 in D, BWV828

Net als zijn oom en neef vóór hem, en net als zijn zonen na hem, was Johann Sebastian (1685-1750) een hartstochtelijk improvisator aan het klavier: het clavichord, het klavecimbel en het orgel hadden geen geheimen voor hem. Een omvangrijk en belangrijk deel van zijn instrumentale productie was bestemd voor klavierinstrumenten. Sinds Wolfgang Schmieders Bach Werke Verzeichnis (1950) is het ongebruikelijk om naar Bachs muziek te verwijzen met opusnummers. Opvallend is dat Bach zijn ‘opus 1’ pas in 1731 publiceerde: de zes klaviersuites die we kennen als zijn Clavier-Übung I. Enkel deze editie is bewaard gebleven, Bachs autograaf is verloren gegaan. De Partita nr. 4 bestaat uit zeven delen: de vier dansen uit de traditionele baroksuite (allemande, courante, sarabande, gigue), ingeleid door een ouverture en afgewisseld met een aria en een menuet. Het is een briljante compositie die duidelijk tot zijn meest veeleisende klavecimbelwerken behoort.

'Was ‘J.S. Bach en zonen’ een familiebedrijf geweest, dan was het vanzelfsprekend opgestart met Wilhelm Friedemann, Bachs oudste zoon en een productief en meer dan verdienstelijke componist.'

 

Wilhelm Friedemann: Polonaise nr.9 in F & nr.10 in f

Was ‘J.S. Bach en zonen’ een familiebedrijf geweest, dan was het vanzelfsprekend opgestart met Wilhelm Friedemann (1710–1784), Bachs oudste zoon en een productief en meer dan verdienstelijke componist. Wilhelm Friedemann stond bekend als een geniaal componist en improvisator op orgel en klavecimbel en produceerde heel wat muziek voor deze beide klavierinstrumenten. Desondanks verliep zijn carrière eerder wisselvallig en stierf hij in armoede. Onder de vaakst uitgevoerde klavecimbelwerken van Wilhelm Friedemann is een reeks van twaalf Polonaises, gecomponeerd rond 1765 (Falck-catalogus nr. 12) en herwerkt rond 1775. De uitgever van de eerste editie (1819), C.F. Peters in Leipzig, ordende de individuele dansen per toonaard in majeur-mineur-paren: de eerste twee Polonaises staan in do groot en do klein, de volgende achtereenvolgens in re, mi bemol, mi, fa en sol groot en klein. Ze zijn opgedragen aan ‘Monsieur le Comte Grigori Grigorievich Orlof’. Prins Orlov was een favoriet van tsarina Catharina de Grote van Rusland en een enthousiast mecenas en kunstverzamelaar.

Carl Philipp Emanuel: Sonate in g (Wq65/17)

Carl Philipp Emanuel (1714–1788), de ‘Berlijnse Bach’, was zonder twijfel de meest geniale onder Bachs zonen en had – samen met kleine broer Johann Christian – zeker de sterkste impact op latere generaties componisten. Hij was het vijfde kind en de tweede overlevende zoon van Johann Sebastian en Maria Barbara Bach. Hij was de belangrijkste vertegenwoordiger van de ‘empfindsame Stil’, de gevoelige stijl. Zijn klavierwerk is in zekere zin een voorloper van de romantiek. Als belangrijk pedagoog schreef hij een invloedrijk tractaat, Versuch über die wahre Art das Clavier zu spielen, dat werd bestudeerd door Haydn, Mozart en Beethoven. In 1738 trad hij in dienst bij kroonprins Frederik van Pruisen, de toekomstige Frederik de Grote. Onder het ene catalogusnummer 65 verzamelde Alfred Wotquenne niet minder dan 50 klaviersonates, waarvan het nummer 17 uit 1739 dateert – het jaar tussen C.P.E. Bachs indiensttreding bij Frederik (1738) en diens troonsbestijging (1740).

Pieter Mannaerts

LUISTERTIP
De eerste delen van de zes Partita’s hebben elk een andere titel. De opener van de Partita nr.4 heet ‘Ouverture’ en niet toevallig: je kan je zó een orkest voorstellen dat deze muziek uitvoert als begin van een suite of – wie weet – een cantate of opera.
#deeplistening

Beleef meer tijdens Têtes-à-têtes

Têtes-à-têtes draait om intense ervaringen, en niet enkel in het zog van de muziek. Ga voor een brede festivalbeleving en maak ook dit mee:

  • Pop-up café op Forum 6

    Na de voorstelling houden we de intieme sfeer verder aan. Voor de gelegenheid toveren we de zesde verdieping van de Lantaarntoren een maand lang om in een stemmig pop-up café. Drink in alle gezelligheid een glas met zicht op Brugge by night en laat de luisterervaring nog wat nazinderen.

  • Klankinstallatie 'From Fin to Footprint' op Forum 7

    Sinds 2024 werkt Johannes Kreidler aan gemotoriseerde instrumenten die de grenzen tussen visuele kunst, muziek en technologie vervagen. Tijdens Têtes-à-têtes bevolken deze motor instruments de bovenste verdieping van de Lantaarntoren, waar je ze voor en na elk concert kan ontdekken. Verwacht je aan een toegankelijke, grappige ‘installatie’, die ook muzikaal heel sterk is.

  • Liefde aan de muren / liefde voor je oren

    Het project Love Lines trekt een rode liefdesdraad door ons seizoen. In oktober 2025 wijdden zes auteurs al wie dat wilde in in de nobele kunst van het ‘liefdesbrief-schrijven’. Woorden uit en foto's van de mooiste flarden uit die brieven geven ons pop-up café extra kleur en poëzie. Kom ook luisteren naar deze odes tijdens een gratis 'luistermoment' in het pop-up café op Forum 6 op zondag 22 februari.

    Een project i.s.m. vzw De Batterie, met de steun van de spelers van de Nationale Loterij

Getipt voor jou

  • Rakhi Singh / Bach, Wolfe, Gordon, Jacobs & co

    Violiste Rakhi Singh weet als geen ander de grenzen van de klassieke muziek open te breken. Ze waagt zich even overtuigend aan nieuw werk als aan klassiek repertoire. Een 300 jaar oude Bach staat broederlijk naast Julia Wolfes scheurende LAD (oorspronkelijk voor negen doedelzakken), en gloednieuw werk clasht met Gordons ‘salsa-barok’. Tussendoor hoor je het resultaat van Singhs blind date met componiste Ellen Jacobs. Dit concert katapulteert je van verleden naar heden en terug, maar verrast word je sowieso.

  • Peter Van Heyghen & Kris Verhelst / Passaggi et affetti

    Rond 1600 zit er iets in het Italiaanse water: de renaissance ruimt geleidelijk plaats voor de vroege barok. Componisten zetten alle mogelijke technieken en stijlen in voor maximale zeggingskracht: oud en nieuw, eeuwenlange traditie en nieuwe modetrends. Uitvoerders worden bovendien gepromoveerd tot mede-componist en dragen hun steentje bij tot virtuositeit en expressie. Bruisende muziek uit een periode die gegarandeerd fascineert en verrast!

  • Florentin Ginot / Marais, Bach, Biber, Prins & Zubel

    Als muzikant van het vermaarde Ensemble Musikfabrik toerde Florentin Ginot de wereld rond en tijdens zijn solodebuut lag de Philharmonie de Paris aan zijn voeten. Tijd voor Brugge dus. Met virtuoze bewerkingen van werk van Bach en tijdgenoten overspoelt hij de Kamermuziekzaal. Tussen die tonen uit de diepste strijkregionen weerklinkt nieuw werk van Agata Zubel en Stefan Prins. Voor die laatste fungeerde het Concertgebouw ooit als matchmaker tussen muzikant en componist. Ontdek zelf of zijn creatie vanavond een coup de foudre wordt.

  • Anna Besson & Reinoud Van Mechelen / Afspraak(je) op scène

    Eén instrument + één stem = één koppel. Anna Besson en Maker Reinoud Van Mechelen gaan de uitdaging aan om speciaal voor die liefdevolle bezetting een programma te bedenken. Ze geven jou, en elkaar, rendez-vous met origineel werk voor stem en fluit of traverso. Op het programma ook eigen arrangementen van muziek van Franse componisten, van Guillaume de Machaut tot Claude Debussy en Albert Roussel. Een snuif Bach en een dosis folk maken de optelsom compleet.

Met dank aan onze klavierpartner Piano's Maene

Digitaal & duurzaam

Digitale programmaboekjes voor onze dansvoorstellingen en bepaalde festivals vormen een onderdeel van ons engagement rond duurzaamheid en ecologisch ondernemen.

Laat weten wat je van de voorstelling vond op Facebook en Instagram met #concertgebouwbrugge